Tips voor de docent!

In de afgelopen weken heb ik meerdere onderwerpen behandeld over faalangst. Welke soorten zijn er? Hoe ontstaat faalangst? Wat activeert het? En ga zo maar door. Hierin heb ik vaak ook al tips gegeven hoe je een faalangstige kunt helpen. Welke punten je gebruikt kun je voor jezelf bepalen en in overleg met de betreffende leerling. Hieronder worden nog extra tips gegeven die wellicht kunnen helpen voor uw faalangstige leerlingen.

Algemene tips
In het algemeen help je een faalangstige leerling het beste door ervoor te zorgen dat er overzichtelijkheid en duidelijkheid is. Begin de les met wat die les staat te gebeuren. Zorg tijdens de uitleg voor samenvattingen van de behandelde stof zodat de lesstof eigenlijk opgedeeld is in kleine gemakkelijk te controleren stapjes. Wanneer er nieuwe leerstof aangeboden wordt is het van belang eerst de oude stof kort te herhalen en daaraan de nieuwe stof te koppelen. Hierdoor wordt het één verhaal in plaats van losse stukjes informatie waarin verdwaald kan worden. Geef huiswerk op tijd op zodat er voldoende tijd is alles te noteren en maak duidelijk wat er verwacht wordt van het huiswerk.

Tips bij toetsen
shutterstock_112858945-500x290Wanneer er een toets aan zit te komen is het van belang om de leerlingen hier tijdig van op de hoogte te brengen. Ook is het belangrijk om duidelijk te vertellen waar het proefwerk over zal gaan. Plotselinge toetsen zorgen vaak voor black-outs. Leerlingen moeten zich op een toets kunnen voorbereiden. Zorg verder bij een toets dat de vragen op papier of op het bord staan zodat de leerling zelf een volgorde kan bepalen van het beantwoorden van de vragen en geen tijdsdruk heeft waarin de vraag beantwoord moet zijn. Zorg er ook voor dat de opbouw van makkelijk naar moeilijk is. Hierdoor zitten ze na de toets niet enorm in de stress en kunnen ze zich concentreren op de volgende taak in de klas. Wanneer een toets bijna afgelopen is, is het zaak dit op tijd te melden. Dingen zeggen als ‘nog 5 minuten’ werkt verlammend. Wanneer het mogelijk is beschrijf per vraag hoeveel punten behaald kan worden zodat de student zelf al kan berekenen wat ongeveer zijn of haar punt kan zijn.

Beurt in de klas
how-do-i-overcome-social-anxietyIn het begin is het beter om een faalangstige leerling niet voor de klas te laten komen. Een beurt op een eigen plaats is al moeilijk genoeg. Na een tijd kun je dit wel af gaan bouwen maar meld dit van te voren aan de leerling. Wanneer een faalangstige leerling de beurt heeft, voorkom dan dat andere leerlingen hun vingers opsteken of gaan lachen en de leerling dus in de rede vallen. Je zou de leerling kunnen stimuleren door opmerkingen als: “Denk maar rustig na, “zeg maar wat je denkt.” Wanneer een leerling er niet uit komt, breng hem / haar dan op het goede spoor. Als het antwoord gegeven is vertel dan meteen of het goed of fout is en waarom.

Spreekbeurt
Ook spreekbeurten zijn moeilijke dingen voor faalangstige leerlingen. Je zou de leerling op zijn of haar plaats mogen laten zitten of als het echt voor de klas moet in ieder geval de keuze laten maken om te mogen gaan zitten. Als voorbereiding kun je aanbieden dat de leerling eerst thuis een bandopname van de spreekbeurt maakt en deze met de leerkracht doorneemt. Hierop kun je dan positieve punten belichten en dit geeft extra vertrouwen.

 

Deze punten die ik hierboven noem zijn maar enkele voorbeelden waarmee je faalangstige leerlingen een wat zekerdere basis kan geven. Ik begrijp dat het voor iedere docent en afweging is tussen wat wel of niet gebruikt gaat worden. Samen met de leerling zal de docent moeten bekijken wat handig is voor de leerling. Ik denk dat het daarom belangrijk is om een goed gesprek met de leerling aan te gaan om deze te proberen zo goed mogelijk te helpen. Dit is niet iets wat van de een op de andere dag opgelost is maar wel waar de leerling in kan groeien. Wat ik denk dat in ieder geval belangrijk is, is om ervoor te zorgen dat vooral in het begin de structuur van alles heel erg duidelijk is. Later hoeft dit allemaal wat minder. Het is belangrijk langzaamaan deze hulp af te bouwen zodat de leerling wel leert zelfstandiger te worden en te kunnen werken met wat minder structuur. En in deze situaties dan ook zekerder over zichzelf te zijn en geen black-out of andere dingen te krijgen.

Faalangst vermijden door groepsbinding

In de afgelopen weken heb ik gekeken naar verschillende onderdelen van faalangst, welke vormen zijn er, hoe ontstaan en uit faalangst zich en door welke dingen wordt faalangst geactiveerd. Deze week ga ik het hebben over hoe je faalangst kunt vermijden. Er zijn vele facetten waardoor je faalangstige leerlingen kunt helpen met het verminderen van hun faalangst. In deze blog ga ik vooral in op het onderdeel van het faalangst vermijden door een goede sfeer binnen de groep te creëren.

Voor het behalen van de beste resultaten is het van belang dat de leerlingen zich binnen de klas op hun gemak voelen. Hier moet je al aan beginnen te bouwen vanaf het eerste moment dat de groep bij elkaar is. Vanaf dit moment gaan zij het groepsvormingsproces in en hier kun je hun hierin begeleiden. Door hen te begeleiden maakt de klas een zo snel mogelijke groei door en waarbij ze snel weten wat ze aan elkaar hebben en welke rol iedereen invult binnen de klas. Hierdoor is de onzekere periode van aftasten en elkaar uitproberen sneller over waardoor leerlingen met faalangst zich sneller geaccepteerd en op hun plek voelen. Hierdoor zijn leerlingen minder bang om fouten te maken.

Tuckman

De leerlingen gaan bij het vormen van een groep de volgende fases door:
1. Forming (Ontstaan van de groep)
De groep is hier net bij elkaar. Iedereen neemt zijn eigen positie en er is nog geen groepsgevoel.

In deze fase is de groep erg onzeker. Dit komt doordat nog niet duidelijk is wat er van wie verwacht kan worden en hoe er op elkaar gereageerd wordt. Deze onzekerheid wordt echter vaak niet geuit. Over het algemeen wordt er netjes met elkaar omgegaan. Als docent is het van belang de leerlingen elkaar te laten leren kennen en elkaar te gaan vertrouwen. Wanneer het ijs gebroken is slaat de teruggehouden sfeer vaak om in een enthousiaste en opgewonden stemming. Hier begint het bouwen aan een goede groepssfeer.

2. Storming (Macht en invloedfase)
Iedereen probeert zijn rol in de groep in te nemen. Iedereen durft langzaamaan meer naar elkaar uit te spreken. En gesprekken gaan dus ook meer over opvattingen en meningen. Hierdoor ontstaan er vaak conflicten over bijvoorbeeld opvattingen, verwachtingen en dergelijke.

In deze fase is het belangrijk dat de docent de groep goed begeleid. Je moet de groep stimuleren meningen te uiten. De leerlingen dienen in deze periode extra beloont te worden voor hun inbreng binnen de groep. De leerlingen worden gehinderd door de angst om buiten de groep te vallen. Door de groep hier goed in te begeleiden is de kans op ontstaan van subgroepen aanzienlijk minder.

Teamwork3. Norming (afspraken en regels)
Iedereen heeft een plekje gekregen binnen de groep en weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Regels en afspraken worden gemaakt en deze onzekerheid verdwijnt. Ook past men zich gemakkelijker voor elkaar aan.

In deze fase worden banden binnen de groep hechter. De groep gaat gemakkelijker met elkaar om en kijkt hoe open en intiem ze tegen elkaar kunnen zijn. Het is van belang er als docent voor te zorgen dat deze fase niet doorschiet. Wanneer dit wel gebeurt kan creativiteit en de kritische blik in het geding komen.

4. Performing (Effectiviteit en productie)
De groep wordt een echt team. De leerlingen kunnen elkaar aanvullen, weten wat ze aan elkaar hebben en helpen elkaar. Er kan nu gemakkelijk samengewerkt worden.

In deze fase heeft de groep een stuk minder sturing nodig van de docent. De docent kan nu meer aandacht besteden aan het resultaat (dus de lessen) dan aan de groepsvorming zelf. Wel moet er opgelet worden dat binnen de groep leerlingen niet zelf gaan bedenken wat ze gaan doen maar samen blijven werken en blijven doen wat ze moeten doen.

samenwerking3punt0_538x218

5. Adjourning (Afscheid nemen)
Het jaar is afgelopen en de groep valt uiteen. Bij iedere groep is deze fase qua zwaarte anders. Wanneer de groep er mee zit dat het uiteen valt ontstaan er vaak voorstellen voor afspraakjes of reünies. Ook kan het zijn dat de groep weer er in zichzelf keert.

In deze fase is het als docent belangrijk om ervoor te zorgen dat de groep de laatste tijd nog goed met elkaar omgaat en dat ze zichzelf langzaam voorbereiden op het loslaten van elkaar.

 

In iedere fase is het van belang dat de docent de groep zo goed mogelijk probeert te sturen en te helpen. Hierdoor zullen er zoveel mogelijk ongemakkelijkheden opgelost worden en zal er spoedig een fijne en ontspannen sfeer hangen in de groep. Hierdoor zijn leerlingen minder bang om een keer een fout te maken en dit is voor de gehele groep een positief gegeven.

Dit is een facet van het voorkomen van faalangst. Als ik komende tijd meer tijd heb dan zal ik de andere facetten waarmee je faalangst kunt verminderen ook bespreken.

Fouten maken mag!

fouten-maken-mag4Faalangst wordt gezien als een taboe. Het is abnormaal en wordt eigenlijk niet getolereerd. Dit komt omdat leraren vaak niet goed weten wat ze met faalangst aan moeten of hoe ze het kunnen constateren. Een leerling die vluchtgedrag vertoont voor een toets zal wel niet geleerd hebben. Dit is een gedachte die faalangstige leerlingen meerdere malen te horen krijgen. Angst om te falen is niet toegestaan!

Faalangstige leerlingen hebben vaak een negatief zelfbeeld. Zij zien en horen alleen de negatieve dingen. Bij een toets ziet de leerling alleen de moeilijke opgaven en hierdoor wordt hij nog angstiger om te falen. Wanneer de leerling een succes boekt dan komt dit niet omdat hij of zij dit goedgedaan heeft. De leerling zal zeggen dat de toets gemakkelijk is, hij gematst is door de leraar of dat hij domweg geluk gehad heeft. Zelf iets goed doen is geen mogelijke optie.

Ik ben abnormaal
Veel faalangstige leerlingen denken dat zij de enige zijn die last hebben van faalangst. Zij denken dat niemand anders dit probleem heeft en dat zij daarom abnormaal zijn. Want wie is er nou nog meer  bang om te falen?

Sometimes-what-we-call-failureAls docent is het dus van een groot belang om te laten merken dat fouten maken helemaal niet erg is en niet gek. Van fouten maken leer je alleen maar meer en ook van andermans z’n fouten kun je leren. Iedereen maakt dan ook wel eens fouten in zijn of haar leven. De truc is het om de leerling niet in goed en fout te laten denken maar in resultaten en feedback. Resultaat is er namelijk altijd. Of dit resultaat nu zoals verwacht is of niet; er is een resultaat. En bij ieder resultaat kan feedback gegeven worden over wat er anders had gekund.

Fouten maken is heel normaal om te leren en eigenlijk moet je dus fouten maken!

Faalangst activators

Faalangst is een conflict tussen gevoelens, gedachten en gedrag. Een situatie waarin iemand beoordeeld wordt (of denkt beoordeelt te worden) zorgt ervoor dat dit conflict bij diegene ontstaat. Deze angst uit zich door zenuwen, twijfeling aan eigen capaciteiten en niet optimaal kunnen functioneren door deze spanning.

 

Activeren van faalangst
Faalangst wordt door allerlei aspecten zowel op school als thuis geactiveerd. Bijna elke dag moeten leerlingen prestaties leveren die worden beoordeeld door de leraar, de klasgenoten en zichzelf. De houding van de leraar en de sfeer op school en in de groep kunnen juist de faalangst bij leerlingen oproepen. Buiten dit voorbeeld zijn er nog vele andere aspecten die faalangst bij leerlingen kunnen activeren. Hieronder bespreek ik enkele aspecten.

Structuur
Voor leerlingen met faalangst is structuur erg belangrijk. Wanneer een opdracht of een lessenreeks geen duidelijke en overzichtelijke structuur heeft zal de leerling hierdoor onzeker worden. Ook bij een proefwerk is structuur voor een faalangstige leerling erg belangrijk. Je kunt hiervoor zorgen door de vragen van een proefwerk op papier te zetten in plaats van direct te laten beantwoorden na het voorlezen. Dit helpt omdat de leerling hierdoor zelf kan kiezen welke vraag hij / zij als eerste beantwoord. Wanneer een docent een vraag opleest en de leerlingen tijd geeft om deze vraag te beantwoorden, feedbackzal een faalangstige leerling heel erg bezig zijn met de tijd en of hij of zij de vraag wel snel genoeg kan beantwoorden in plaats van met het antwoord zelf te bedenken.

Feedback
Voor een faalangstige leerling is het belangrijk dat hij / zij meteen na het werken feedback krijgt. Hierdoor weet de leerling of de opdracht goed of fout gegaan is. Let er als docent op dat deze feedback taakgericht is en zeker niet op de persoon. De leerling moet duidelijk te horen krijgen wat er fout is en hoe dit te verbeteren is. Wanneer de feedback op de persoon gericht is kan de leerling hier erg moeilijk iets mee. Natuurlijk is het wel belangrijk dat je langzaamaan de begeleiding en indeling en dergelijke gaat afbouwen zodat de leerling ook leert zelfstandig en met zelfvertrouwen aan een opdracht te kunnen werken.

processedVerwachtingen & kritiek
Ouders hebben vaak erg hoge verwachtingen van hun kind. Een onvoldoende op het rapport wordt door de ouders sneller gezien dan alle voldoendes. Door het benadrukken van het mindere punt in plaats van de goede punten zorgt de ouder ervoor dat de leerling de verwachtingen van zijn / haar ouders nog meer gaat meenemen. Deze verwachtingen leveren weer druk op de leerling en deze zal hierdoor sneller bang worden voor het behalen van een minder punt. Ook gebeurt het vaak in gezinnen dat alleen de negatieve dingen worden gezegd tegen elkaar, complimentjes blijven vaak uit.

 

Als je deze enkele aspecten bekijkt weet je ook dat je dit anders moet doen voor faalangstige leerlingen. Hoe je faalangst kun verminderen en voorkomen bespreek ik één van de komende weken.
*De koppeling met de theorie over conflicten heb ik helaas niet kunnen maken behalve in mijn introstukje.

Ontstaan & uiten van faalangst

Faalangst is iets wat ik veel terug zie in het onderwijs. Het kan ontstaan door allerlei verschillende facetten van het leven. Omdat deze blog zich vooral richt op faalangst binnen het onderwijs zal ik me daar voornamelijk op richten. Op scholen staat presteren centraal. Voor leerlingen brengt dit altijd spanning met zich mee en veel kunnen hier goed mee omgaan. Toch zijn er ook leerlingen die hier problemen mee hebben en dit kan zich uiten in faalangst.

“Faalangst  is een angst als toestand, die met name voorkomt in situaties waarin aan mensen taken worden opgedragen die bij hen angst oproepen” – Ard Nieuwenbroek.

paniekAngst is een emotie die altijd tot uiting komt. Het zorgt ervoor dat je op tijd kunt reageren in een situatie. Je kunt bijvoorbeeld; vluchten, vechten, waarschuwen/veilig maken of uitdagingen aangaan. Bij veel faalangstige leerlingen is mij opgevallen dat dit de volgende reacties oproept:
–        Vluchtgedrag
          Het niet komen opdagen bij de betreffende toets, spreekbeurt, overhoring of examen.
–        Veilig maken
          Veel goedkeuring en verduidelijking vragen bij de docent om te proberen de
          onduidelijkheden en dus de angst weg te halen.
–        Stoerheid
          Doen alsof het je allemaal niets kan schelen. Dit zie je vaak terug bij de passieve uiting
          van faalangst.
–        Paniek
          Zo in paniek raken tijdens een toets of iets dergelijks dat een black-out het gevolg is.
–        Besluiteloosheid
          Geen onderwerp kunnen kiezen voor bijvoorbeeld een project uit angst geen goed onderwerp te kiezen. Hierdoor de angst om een           onvoldoende te halen en dus te falen.
–        Perfectionisme
          Gemaakt of geleerd werk kan altijd beter. Je kunt altijd nog iets toevoegen of nog iets extra doorlezen / leren waardoor je het
          nog net iets beter kent. Dit kost erg veel energie van de leerling.

 

Het ontstaan van faalangst
Voor het ontstaan van faalangst is niet echt een oorzaak aan te wijzen. Net als dat het zich op verschillende manieren kan uiten, kan het ook op verschillende manieren ontstaan. Enkele factoren waardoor faalangst kan ontstaan zal ik uitlichten en bespreken. Ook de voorbeelden zal ik proberen zo veel mogelijk over schoolsituaties laten gaan. Echter heeft het leven buiten school ook invloed op de ontwikkeling van faalangst.

Falen in het verleden
De leerling heeft een slechte ervaring meegemaakt en iedere keer wanneer hij een soortgelijke situatie meemaakt zetten de hersenen dit automatisch om naar een negatieve situatie. Een leerling heeft dus al ooit voor zijn / haar gevoel ‘gefaald’ en denkt dat dit volgende keer dus ook weer zal gebeuren.

artikelsschrijven2
Reactie van omgeving
Dit kan van zowel thuis als school uit komen. Als thuis ouders onzeker zijn gebeurd het geregeld dat zij zich zekerder kunnen gaan voelen door het kind af te wijzen of te vernederen. Ook kunnen ouders verkeerd reageren op het ‘falen’ van het kind door bijvoorbeeld erg boos te worden of te zeggen dat het kind niet geleerd heeft. Op school kunnen ook dingen gebeuren die faalangsten veroorzaken. Zo kan dit komen doordat de klas lacht wanneer de leerling een verkeerd antwoord geeft of dat een leerling nooit een compliment krijgt wanneer deze wel iets goed doet. De eigenwaarde en zelfvertrouwen van een kind groeit hierdoor niet en dit komt de persoon niet ten goede.

Gebrek aan sociale en emotionele interactie
Wanneer je niet goed om kunt gaan met emoties en de regels van communiceren niet goed onder de knie hebt, kan het lastig zijn met mensen contact te leggen. Iedere interactievorm tussen mensen kan als bedreigend ervaren worden. Dit past dus sterk bij sociale faalangst.

 

Zoals te lezen is in deze blog zijn er verschillende mogelijkheden waardoor faalangst kan ontstaan. Ook zijn er nog verschillende aspecten die ervoor zorgen dat faalangst geactiveerd wordt. Hier kijken we in een latere week naar.

Cognitieve faalangst

cognietief_blog_afb

Leerlingen met cognitieve faalangst zijn bang voor het leren van het onbekende en het toetsen hiervan. De kennis tonen die zij in huis hebben is een probleem voor hen omdat ze bang zijn te falen. De leerlingen weten van te voren al zeker dat ze het niet kunnen en dat het allemaal niet gaat lukken. Een voorbeeld hiervan is wanneer de docent een toets aankondigt voor over een paar weken. Op dat moment breekt het zweet al uit en krijgt de leerling al hoofdpijn wanneer zij hieraan denken. De leerling vreest van te voren al dat hij ‘het toch wel niet zal snappen’ en blijft in deze gedachte hangen waardoor de aandacht verslapt voor de rest van het verhaal.

Constateren
Het constateren van cognitieve faalangst is een lastige opgave. Per persoon kan de faalangst op een andere manier tot uiting komen. Ook kan de manier van de uiting van faalangst bij iedereen anders zijn. Zo kan het op een actieve manier geuit worden maar ook op een passieve.

Algemene uitingen
De leerlingen met cognitieve faalangst hebben allerlei negatieve gedachten over zichzelf. Ze denken bijvoorbeeld dat het toch wel weer niet zal gaan lukken of dat ze toch weer een black-out krijgen. Deze gedachten zijn dan ook niet zomaar weg te halen. Ze hebben een erg negatief zelfbeeld en dit veranderd ook niet wanneer iets wel goed gaat. Als er iets goed gaat dan ligt dat aan geluk of dat de  opdracht gemakkelijk was. Complimenten aannemen is ook een probleem voor deze leerlingen.

Er zijn nog meer uitingen waar de leerling last van kan krijgen door de faalangst. Natuurlijk is het niet zo dat iedere leerling van alle symptomen last heeft en dat er geen andere mogelijke symptomen zijn maar hieronder staan er nog enkele opgesomd:

–        Prikkelbaar
–        Hoofdpijn, duizeligheid, buikpijn
–        Verlegen
–        Teruggetrokken
–        Zweten
–        Snelle hartslag 

Actieve uiting
Leerlingen die cognitieve faalangst uiten op een actieve manier zijn hele harde en serieuze werkers. Aan schoolwerk en dergelijke besteden ze erg veel tijd. Deze mensen vinden het erg moeilijk om te relativeren en op een creatieve manier met de opdracht om te gaan. Ze bijten zichzelf vast in het werk wat ze hebben. Door er veel tijd in te stoppen maken ze de kans om te ‘falen’ voor zichzelf zo klein mogelijk. Deze manier van een opdracht of iets dergelijks doen kost heel erg veel energie en hierdoor raken deze leerlingen vaak uitgeput.

Passieve uiting
Leerlingen die cognitieve faalangst juist op een passieve manier uiten hebben weer hele andere eigenschappen. Zij hebben de neiging om te vluchten en dus niet aan een opdracht te hoeven werken. Ze stellen werk regelmatig uit omdat ze denken dat het toch weer niet gaat lukken, wat ze er dan ook aan doen (verdringing genaamd). Als ze aan een opdracht werken dan werken deze mensen vaak snel en slordig en houden op met half gemaakt werk. Wanneer het dan niet goed gaat kunnen ze de mindere inspanning als reden geven van het ‘falen’. Deze leerlingen vertonen vaak afwezig en/of opstandig gedrag en doen alsof het ze allemaal niets kan interesseren. Het opstandige gedrag kan komen doordat ze eerder opgedane boosheid over iets verschuiven naar deze opdracht terwijl dit niet de aard is van de boosheid (verschuiving).

Door bepaalde uitingen van de faalangst stoten deze leerlingen ook andere leerlingen weer af. Bijvoorbeeld door actieve uitingen denken andere leerlingen dat de leerling een stuudje betreft of een leerling die door faalangst een passieve houding heeft en dus nooit mee doet is geen goede leerling of een herrieschopper.( Buiten het feit dat de leerling dus last heeft tijdens het studeren van de faalangst heeft het vaak ook problemen in de sociale omgang.

Soorten faalangst

Faalangst komt overal voor waar ‘prestaties’ geleverd moeten worden. Zowel bij de sportclub, het werk als op school. Overal heeft wel iemand last van faalangst. Omdat ieder persoon anders is en iedereen op een andere plek en manier faalangst kan hebben, uit het zich ook bij iedereen anders.

Faalangst is op te delen in drie categorieën:
– Cognitieve faalangst
De leerling durft ergens niet aan te beginnen omdat deze bang is voor een negatieve beoordeling
– Sociale faalangst
De leerling durft geen contact te maken uit angst afgewezen of negatief beoordeeld te worden. Dit geld vaak voor groepen die belangrijk zijn voor de leerling
– Motorische faalangst
De leerling is bang om fouten te maken bij bewegingen zoals gym en tekenen

Ook de manier waarop de faalangst tot uiting komt is onder te verdelen in twee categorieën.

– Actieve houding
Deze leerlingen zijn heel erg hard aan het werk en streven altijd naar een zo hoog mogelijk cijfer. Zij kunnen erg moeilijk afstand nemen van hun schoolwerk. Wanneer na een hoge inzet het resultaat tegenvalt creëert de leerling een niet reëel beeld van de balans tussen inzet en resultaat en gaat de leerling nog harder werken. Hierdoor komen de leerlingen niet toe aan de ontspanning die zij nodig hebben. Ook leggen ze de schuld bij de ontwikkeling van persoonlijke vaardigheden, kennis en gedrag.

– Passieve houding
Een andere manier waarop faalangst tot uiting kan komen is door passief te worden. De leerlingen denken dat wanneer zij een hoge inzet hebben de teleurstelling groter zal zijn dan wanneer zij een lage inzet hebben. Deze leerlingen hebben de neiging om uitstelgedrag te vertonen en de schuld van het lage resultaat te leggen bij externe factoren zoals de moeilijkheid van de opdracht.

De drie bovenstaande categorieën ga ik behandelen in de komende tijd. Per categorie beschrijf ik een situatie waarin ik heb meegemaakt dat iemand last heeft van deze vorm van faalangst. Ik vertel hoe je deze vorm kunt constateren en hoe je er het beste wel en niet op kunt reageren. Hiermee probeer ik docenten handvaten, tips en trucs mee te geven om de faalangstige leerlingen te ondersteunen door eigenlijk alleen maar een andere aanpak en uitleg bij zowel lessen als toetsen. Door deze manier worden leerlingen geholpen zonder dat het als docent zijnde heel veel tijd of moeite kost.


* GEKREGEN FEEDBACK OVER DE BLOG

Uitbundige lof werkt verkeerd – Reformatorisch dagblad

Uitbundige lof werkt verkeerd

06-01-2014 10:45 | Redactie binnenland

Massa’s ouders prijzen hun kinderen uitbundig, met de bedoeling hun zelfvertrouwen te vergroten. Maar op onzekere kinderen hebben overdreven loftuitingen een averechts effect.

Hun faalangst groeit erdoor, blijkt volgens dagblad Trouw uit een artikel in het komende nummer van vaktijdschrift Psychological Science.

Ouders doen er vaak een schep bovenop: een kwart van hun complimenten bevat woorden als briljant, fantastisch, heel erg, geweldig of super. Vooral kinderen met een lage zelfwaardering krijgen opgeblazen complimenten. „Ouders denken vermoedelijk dat die extra krachtige lof nodig hebben”, zegt ontwikkelingspsycholoog Sander Thomaes, een van de auteurs. „Met vette complimenten bereiken ouders echter iets anders. Onzekere kinderen gaan denken: De lat ligt wel heel erg hoog voor mij, ik moet ook in de toekomst waarmaken dat ik zo veel kan. Dat beangstigt ze.”