In de afgelopen weken heb ik meerdere onderwerpen behandeld over faalangst. Welke soorten zijn er? Hoe ontstaat faalangst? Wat activeert het? En ga zo maar door. Hierin heb ik vaak ook al tips gegeven hoe je een faalangstige kunt helpen. Welke punten je gebruikt kun je voor jezelf bepalen en in overleg met de betreffende leerling. Hieronder worden nog extra tips gegeven die wellicht kunnen helpen voor uw faalangstige leerlingen.
Algemene tips
In het algemeen help je een faalangstige leerling het beste door ervoor te zorgen dat er overzichtelijkheid en duidelijkheid is. Begin de les met wat die les staat te gebeuren. Zorg tijdens de uitleg voor samenvattingen van de behandelde stof zodat de lesstof eigenlijk opgedeeld is in kleine gemakkelijk te controleren stapjes. Wanneer er nieuwe leerstof aangeboden wordt is het van belang eerst de oude stof kort te herhalen en daaraan de nieuwe stof te koppelen. Hierdoor wordt het één verhaal in plaats van losse stukjes informatie waarin verdwaald kan worden. Geef huiswerk op tijd op zodat er voldoende tijd is alles te noteren en maak duidelijk wat er verwacht wordt van het huiswerk.
Tips bij toetsen
Wanneer er een toets aan zit te komen is het van belang om de leerlingen hier tijdig van op de hoogte te brengen. Ook is het belangrijk om duidelijk te vertellen waar het proefwerk over zal gaan. Plotselinge toetsen zorgen vaak voor black-outs. Leerlingen moeten zich op een toets kunnen voorbereiden. Zorg verder bij een toets dat de vragen op papier of op het bord staan zodat de leerling zelf een volgorde kan bepalen van het beantwoorden van de vragen en geen tijdsdruk heeft waarin de vraag beantwoord moet zijn. Zorg er ook voor dat de opbouw van makkelijk naar moeilijk is. Hierdoor zitten ze na de toets niet enorm in de stress en kunnen ze zich concentreren op de volgende taak in de klas. Wanneer een toets bijna afgelopen is, is het zaak dit op tijd te melden. Dingen zeggen als ‘nog 5 minuten’ werkt verlammend. Wanneer het mogelijk is beschrijf per vraag hoeveel punten behaald kan worden zodat de student zelf al kan berekenen wat ongeveer zijn of haar punt kan zijn.
Beurt in de klas
In het begin is het beter om een faalangstige leerling niet voor de klas te laten komen. Een beurt op een eigen plaats is al moeilijk genoeg. Na een tijd kun je dit wel af gaan bouwen maar meld dit van te voren aan de leerling. Wanneer een faalangstige leerling de beurt heeft, voorkom dan dat andere leerlingen hun vingers opsteken of gaan lachen en de leerling dus in de rede vallen. Je zou de leerling kunnen stimuleren door opmerkingen als: “Denk maar rustig na, “zeg maar wat je denkt.” Wanneer een leerling er niet uit komt, breng hem / haar dan op het goede spoor. Als het antwoord gegeven is vertel dan meteen of het goed of fout is en waarom.
Spreekbeurt
Ook spreekbeurten zijn moeilijke dingen voor faalangstige leerlingen. Je zou de leerling op zijn of haar plaats mogen laten zitten of als het echt voor de klas moet in ieder geval de keuze laten maken om te mogen gaan zitten. Als voorbereiding kun je aanbieden dat de leerling eerst thuis een bandopname van de spreekbeurt maakt en deze met de leerkracht doorneemt. Hierop kun je dan positieve punten belichten en dit geeft extra vertrouwen.
Deze punten die ik hierboven noem zijn maar enkele voorbeelden waarmee je faalangstige leerlingen een wat zekerdere basis kan geven. Ik begrijp dat het voor iedere docent en afweging is tussen wat wel of niet gebruikt gaat worden. Samen met de leerling zal de docent moeten bekijken wat handig is voor de leerling. Ik denk dat het daarom belangrijk is om een goed gesprek met de leerling aan te gaan om deze te proberen zo goed mogelijk te helpen. Dit is niet iets wat van de een op de andere dag opgelost is maar wel waar de leerling in kan groeien. Wat ik denk dat in ieder geval belangrijk is, is om ervoor te zorgen dat vooral in het begin de structuur van alles heel erg duidelijk is. Later hoeft dit allemaal wat minder. Het is belangrijk langzaamaan deze hulp af te bouwen zodat de leerling wel leert zelfstandiger te worden en te kunnen werken met wat minder structuur. En in deze situaties dan ook zekerder over zichzelf te zijn en geen black-out of andere dingen te krijgen.

3. Norming (afspraken en regels)
Faalangst wordt gezien als een taboe. Het is abnormaal en wordt eigenlijk niet getolereerd. Dit komt omdat leraren vaak niet goed weten wat ze met faalangst aan moeten of hoe ze het kunnen constateren. Een leerling die vluchtgedrag vertoont voor een toets zal wel niet geleerd hebben. Dit is een gedachte die faalangstige leerlingen meerdere malen te horen krijgen. Angst om te falen is niet toegestaan!
Als docent is het dus van een groot belang om te laten merken dat fouten maken helemaal niet erg is en niet gek. Van fouten maken leer je alleen maar meer en ook van andermans z’n fouten kun je leren. Iedereen maakt dan ook wel eens fouten in zijn of haar leven. De truc is het om de leerling niet in goed en fout te laten denken maar in resultaten en feedback. Resultaat is er namelijk altijd. Of dit resultaat nu zoals verwacht is of niet; er is een resultaat. En bij ieder resultaat kan feedback gegeven worden over wat er anders had gekund.
zal een faalangstige leerling heel erg bezig zijn met de tijd en of hij of zij de vraag wel snel genoeg kan beantwoorden in plaats van met het antwoord zelf te bedenken.
Verwachtingen & kritiek
Angst is een emotie die altijd tot uiting komt. Het zorgt ervoor dat je op tijd kunt reageren in een situatie. Je kunt bijvoorbeeld; vluchten, vechten, waarschuwen/veilig maken of uitdagingen aangaan. Bij veel faalangstige leerlingen is mij opgevallen dat dit de volgende reacties oproept:
