Directe instructie

Directe instructie komt in het kort gezegd neer op presenteren, oefenen en toepassen. Hierbij is het belangrijk de volgende 7 fases te doorlopen.

7 fases
1. Aandacht van leerlingen richten op de lesdoelen en deze aansluiten bij hun voorkennis.
2. Informatie geven en als nodig voordoen
3. Controleren of begrippen/vaardigheden zijn overgekomen
4. Instructie geven zodat leerlingen aan de slag kunnen
5. Oefenen onder begeleiding
6. Zelfstandig oefenen
7. Met leerlingen kernbegrippen van nieuwe lesstof doornemen

Je moet ervoor waken een heel lang en uitgebreid verhaal te houden met deze werkvorm. Beperk je tot de volgende punten:
– Wat moet de leerling doen?
– Hoe moet de leerling dit aanpakken?
– Bij wie kan de leerling hulp krijgen?
– Tot hoe laat heeft de leerling de tijd?
– Wat doet de leerling met de uitkomst?
– Wat gaat de leerling doen als hij klaar is?

Instructie overnemen
Leerling moet voor zichzelf kunnen vertellen wat hij / zij moet doen. Hiermee kun jij zien of je instructies zijn begrepen en de leerling wordt gedwongen over de stappen na te denken.
Dit kun je bereiken door:
– De leerling in eigen woorden op laten schrijven wat die moet doen en hoe dit aan te pakken.
– De leerling aan andere leerling uit laten leggen wat hij moet gaan doen.
– De leerling enkele voorbeelden laten zien van oude uitwerkingen.
– De leerling schrijft op het bord wat hij gaat doen en welke stappen hij neemt. De klas controleert of dit de goede aanpak is.

Individueel aanspreekbaar
Ervoor zorgen dat iedereen individueel aanspreekbaar is en blijft. Hiermee zorg je dat iedereen meedoet en zorg draagt dat een opdracht op tijd af is.
Voorbeelden:
– Een tijd geven wanneer iets ingeleverd moet worden. De leerling is zelf verantwoordelijk voor het op tijd af hebben.
– Bij een vraag de klas na laten denken en iemand aanwijzen die het antwoord gaat geven.

Mijn ervaringen:
Ik merk dat de lessen op mijn stageschool redelijk op dit principe gedaan worden.
Eerst wordt er terug gekeken (terugblik). Hier wordt gekeken naar wat er vorige les gedaan is en wat je hiervan geleerd hebt.

Daarna wordt er verteld wat er vandaag gedaan gaat worden (oriëntatie) en vertel wat ze er aan hebben.

Daarna wordt er naar de uitleg gegaan. Er wordt een stukje verteld en door middel van voorbeelden wordt er in een onderwijsleergesprek gekeken naar het onderwerp en samen wordt het antwoord gegeven.

Hierna wordt / worden de opdrachtjes uitgelegd en gaan ze ermee aan de slag. Tijdens de opdrachten is het de bedoeling dat ook het gehele proces wordt genoteerd in hun procesboek zodat hierop altijd terug gereflecteerd kan worden.

Zelfstandig gaan de leerling aan de slag met de opdrachten. Hierbij vragen mensen die iets meer uitleg nodig hebben deze uitleg en de leerlingen die het wel begrijpen zijn lekker zelf aan de slag.

De leerlingen houden hun voortgang bij in hun procesboek zodat er terug gekeken kan worden naar hun proces en ze later hiervan kunnen leren wanneer iets wel of juist niet goed is gegaan.

Aan het einde van de les wordt verteld dat wanneer de opdrachten niet af zijn dit huiswerk is en dat het aan hen is om begin van de volgende les de opdrachten af te laten tekenen bij de docent. Ook wordt er verteld wat er volgende les behandeld gaat worden.

Ik heb hierbij gemerkt dat het belangrijk is de leerlingen vaak positief te stimuleren met waar ze mee bezig zijn. Er niet veel feedback gegeven worden zodat de leerlingen op de goede weg zijn en ook de goede weg inslaan.