Categorie archieven: Kennisbibliotheek

Kennis en verdieping n.a.v. de maandagavond

Faalangst

Tijdens mijn minor Educatie heb ik een blog bijgehouden over faalangst in het onderwijs. Deze kennis draag ik natuurlijk nog steeds met mij mee en daarom staat dit ook op mijn portfolio.

In de Nederlandse cultuur heb je aan bepaalde standaarden te voldoen om erbij te horen. Wanneer je hier niet aan voldoet dreig je al snel buiten gesloten te worden. Dit buitengesloten worden kan op allerlei vlakken gebeuren, zowel op maatschappelijk niveau, schoolniveau of familiaal niveau. De maatschappij waarin wij leven stelt normen en waarden waar onmogelijk altijd aan te voldoen is. Falen is dus eigenlijk niet te voorkomen.

In deze blog ga ik vooral in op het falen binnen de onderwijs context en hoe docenten hier het beste op in kunnen springen. Allerlei facetten worden bekeken, zoals: wat is faalangst, soorten faalangst, hoe te herkennen, hoe minder faalangst bij manier van toetsen, en nog vele andere onderwerpen binnen het faalangst in het onderwijs.

Ik zal de onderwerpen die ik behandel in mijn eigen woorden proberen te verwoorden en voor zover mogelijk voorzien van eigen ervaringen of ervaringen die ik gehoord of gezien heb.

De blog kan hier bekeken worden.

Regels van de school

Wiet / Drugs
Er was een leerling in de klas waarvan een potje met wiet uit de tas gerold kwam met het pakken van zijn laptop. Ik heb deze leerling toegesproken en verteld dat dit op school niet toegestaan is. Ook heb ik hem verteld dat ik dit moet helpen bij de LOB-er (Naam voor hun SLB-er) en dit heb ik ook gedaan.

Rugzakjes bij leerlingen
In magister staat bij iedere student een logboek. Hierin worden dingen geschreven over de studenten die voor leraren belangrijk kunnen zijn zoals ADHD of dyslexie. Wanneer een leraar bij een student zijn vraagtekens heeft kan deze in het logboek van de student kijken of er iets bekend is over de student.

Drinken in de klas
In de klas mag eigenlijk alleen gedronken worden uit af te sluiten flesjes. Veel docenten doen echter niet moeilijk dat er uit blikjes gedronken wordt maar volgens de regels mag het niet.

Petten/mutsen en jassen in de klas
Petten en mutsen zijn in de klas toegestaan en mogen opgehouden worden. Ook mogen jassen wel aangehouden worden als leerlingen het koud hebben. Wanneer de jas niet aangehouden wordt moet deze over de stoel gehangen worden.

Mobieltjes in de klas
De leerlingen mogen mobieltjes in de klas hebben en mogen hier ook best even een keer op kijken of deze op de tafel hebben liggen. Wel is het zo dat de leerlingen tijdens de uitleg de mobieltjes zeker niet in hun hand mogen hebben.

Leertheorieën

Omschrijving behaviorisme
behaviorisme-vs-constructivisme1Bij het behaviorisme wordt het leren gekoppeld aan het gedrag. Dit wordt gestuurd door middel van belonen en straffen. Goed gedrag werd beloond met een voldoende en slecht gedrag bestraft met een onvoldoende. Door goed gedrag te belonen gaan mensen dit gedrag vaker vertonen.

In het onderwijs bedenkt de leraar wat er geleerd moet worden en in welke volgorde dit gebeurt. De docent levert de te leren feiten aan. De voortgang kan goed bijgehouden worden omdat je kunt zien of de leerling wel of niet leert. Het geleerde is namelijk te zien in veranderingen in het gedrag van de leerling.

Omschrijving cognitivisme
In het cognitivisme wordt er niet vanuit gegaan dat het gedrag de enige graadmeter is om te zien of een leerling geleerd heeft. Er wordt vanuit gegaan dat er ook interne veranderingen gaande zijn. In het cognitivisme wordt het menselijk brein een beetje vergeleken met dat van een computer. Nieuwe kennis wordt opgeslagen in het brein en gekoppeld aan al aanwezige kennis over dit onderwerp. Leren is informatieverwerking.

digitale-leerkansen-bco-innofun-19-638

Omschrijving sociaal- constructivisme
ledialogueBij het constructivisme aan ze er vanuit dat je kennis en vaardigheden niet leer door de overdracht door een docent maar juist as je zelf ergens over na denkt en iets uitvindt. Hierdoor leer je de informatie die je ontdekt hebt te koppelen aan de informatie die je al weet. Je bouwt dus verder op de kennis die je al bezit. Iedereen koppelt dit dus aan andere informatie omdat niet iedereen al beschikt over dezelfde kennis. Deze leertheorie zegt dus dat je leert door een actieve houding aan te nemen tijdens het verwerven van nieuwe vaardigheden en kennis. Sociale onderdelen zoals samenwerken en feedback hebben een belangrijke rol binnen deze leertheorie.

Verder ben ik ook nog het connectivisme tegen gekomen. Dit is vooral op de toekomst gericht. Hier worden veelal assessments ingezet.

Waarom voor mij het constructivisme voorkeur heeft?
De manier waar mijn voorkeur naar uitgaat past vooral bij het constructivisme en / of het sociaal constructivisme omdat leerlingen aangezet worden tot actief leren. Het is niet zo zeer belangrijk dat de leerling kennis van buiten leert maar dat het betekenisvolle contexten kan creëren waarin kennis toegepast kan worden. Ook samenwerking is een belangrijk onderdeel binnen het leren, want van elkaar kun je enorm veel leren en weer die belangrijke contexten leggen. Bovendien sluit dit naar mijn idee veel beter aan bij hetgeen de maatschappij aan de jongvolwassenen vraagt. Om zelf op zoek te gaan naar bronnen om een oplossing te creëren voor een probleem, en niet standaardoplossingen uit het hoofd te leren. Ook in de maatschappij wordt vooral in teams gewerkt. Wanneer een leerling leert samenwerken aan een oplossing, is dat een goede voorbereiding voor een toekomstige baan.

Volgens deskundigen is het leren in deze leertheorie actief omdat de leerling de binnengekomen informatie zelf moet verwerken om er een zinvolle betekenis aan te geven. De leerling zal nieuwe kennis met oude kennis moeten koppelen om uiteindelijk meer en diepgaandere kennis te ontplooien. Doordat de leerling informatie gaat koppelen en een zinvolle betekenis aan de informatie geeft weet hij /zij wat het hem oplevert en wat hij met deze informatie kan. Om het te bereiken dat leerlingen zelf gaan leren moet je ze sturen op zelfsturing. Hiervoor heb je als basisbehoeften nodig: competentie, relatie en autonomie. Wanneer deze onderdelen er zijn en de leerling genoeg zelfvertrouwen, zelfstandigheid, zelfregulatie en zelfsturing heeft kan de leerling aan de gang met zijn eigen leerproces.

Voordelen van het constructivisme
Ik denk dat het voordeel is van mijn manier van lesgeven dat leerlingen kennis krijgen binnen onderwerpen die de leraar opdraagt, maar waar ze zo ver en diep in mogen gaan als dat ze zelf willen. Ze weten hoe en waar ze kennis kunnen halen en hoe je deze kennis om kunt zetten naar opdrachten in de praktijk. Voordeel van deze manier van leren is dat de leerling wanneer binnen het betreffende vakgebied kennis snel verouderd is, weet hoe zichzelf nieuwe kennis aan te leren en toe te passen. Ze weten hoe zij zichzelf moeten sturen om te leren.

Natuurlijk is het ook zo dat dit onderwijs goed kan werken binnen het werken in groepsverbanden. Ook dit is belangrijk te kunnen omdat er in het bedrijfsleven veel samengewerkt moet worden en van het samenwerken kun je ook veel leren van inzichten van andere projectleden. Bovendien gaat het om het behalen van een gezamenlijk resultaat. De andere projectleden hebben wellicht andere kennis en door botsingen binnen de kennis van persoon A met de kennis van persoon B ontstaat er weer nieuwe, bijgestelde kennis waarop verder geborduurd kan worden.

Toetsing binnen het constructivisme
Natuurlijk zullen resultaten van het leren getoetst moeten worden. Deze toetsen dienen als bewijslast van het niveau van de leerling en zijn leerproces. Toetsing op de traditionele manier zal niet meer werken wanneer leerlingen zelfsturend leren. Leerlingen leggen allemaal individueel een ander leerproces af en dit moet meegenomen worden in de beoordeling. Door de nieuwe leerresultaten, als gevolg van het constructivisme, wordt toetsen meer een middel dan een doel. Met deze toetsen kunnen we zien hoe ver de leerling is en wat hij precies kan. Met de resultaten van deze toetsen kun je zien wat de leerling extra moet oefenen, waar nog witte vlekken zitten en de leerling hierin sturen. Mogelijke toetsingsvormen binnen het constructivisme zijn de volgende;

– Solo opdracht
Bij de solo opdracht moeten leerlingen hun kennis en vaardigheden die zij afgelopen periode opgedaan hebben laten zien in een test. Ze moeten dit helemaal alleen doen. Dit zou een opdracht kunnen zijn die over een periode loopt maar dit kan ook een opdracht zijn die in een dag gedaan moet worden binnen de klas. Door de opdracht in zijn geheel door één persoon te laten doen weet je welke kennis en vaardigheden deze leerling beheerst. Bij het beoordelen van deze test zal ook het proces meetellen. Iedere leerling zal namelijk op zijn of haar eigen manier tot het eindresultaat komen. Het kan dan mogelijk zijn dat de eindresultaten van elkaar verschillen.

– Groepsopdracht
De groepsopdracht wordt uitgevoerd door een groep leerlingen die samen aan de slag gaan om tot een eindresultaat te komen. Leerlingen moeten met elkaar diverse soorten informatie verzamelen en er moeten verschillende acties ondernomen worden om tot het eindresultaat te komen. Leerlingen moeten slim de taken gaan verdelen, waarbij ze gebruik moeten maken van de deskundigheid van de anderen.. Zo kan iedereen zijn of haar eigen specialiteiten tonen maar moeten ze samen wel instaan voor het eindresultaat en daarom moeten ze elkaar controleren en eventueel corrigeren. Doordat er samengewerkt moet worden met een groep moet er goed gecommuniceerd worden en daarom kunnen deze vaardigheden ook beoordeeld worden.

– Werkstukken en presentaties
Wanneer bijvoorbeeld onderzoeken een competentie is die aangetoond moet worden is dit een ideaal middel. Werkstukken en presentaties kunnen ook weer zowel individueel als in teamverband gemaakt worden. Ook het presenteren is een belangrijk onderdeel bij het bedrijfsleven en kan hiermee geoefend worden.

– Peerassessment
Leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd en niveau worden bij elkaar gezet om elkaar te beoordelen. Leerlingen denken samen na over elkaars werk en beoordelen elkaar. Peerassessments kunnen zowel summatief als formatief ingezet worden. Peerassessments formatief worden vaak tussentijds gebruikt om leerlingen de kans te geven feedback te krijgen en hun leerproces tussentijds aan te passen of bij te sturen. Peerassessments summatief worden gebruikt om een product, vaardigheid of proces te beoordelen. Wanneer je peerassessment gebruikt om te beoordelen is dit dus een vorm van toetsing.

– Self-assessment
De leerling beoordeelt zichzelf door kritisch naar zijn of haar eigen werk en leerprocessen te kijken aan de hand van de eerder opgestelde criteria. Deze manier van toetsen is vooral gericht op het verder ontwikkelen.

– Portfolio
Een portfolio bevat werk wat de leerling zelf samengesteld heeft. Deze verzameling toont de evolutie in het leerproces en leerresultaten van de leerling. Het portfolio zorgt ervoor dat er gemakkelijk beoordeeld kan worden op de leerprestaties. In het portfolio kunnen allerlei dingen opgenomen zijn waardoor zowel het leerproces als de producten meegenomen kunnen worden om de leerprestaties van de leerling te bepalen.

Komen de principes van onderwijstheorie terug in de manier van lesgeven sintlucas?

Directe instructie

Directe instructie komt in het kort gezegd neer op presenteren, oefenen en toepassen. Hierbij is het belangrijk de volgende 7 fases te doorlopen.

7 fases
1. Aandacht van leerlingen richten op de lesdoelen en deze aansluiten bij hun voorkennis.
2. Informatie geven en als nodig voordoen
3. Controleren of begrippen/vaardigheden zijn overgekomen
4. Instructie geven zodat leerlingen aan de slag kunnen
5. Oefenen onder begeleiding
6. Zelfstandig oefenen
7. Met leerlingen kernbegrippen van nieuwe lesstof doornemen

Je moet ervoor waken een heel lang en uitgebreid verhaal te houden met deze werkvorm. Beperk je tot de volgende punten:
– Wat moet de leerling doen?
– Hoe moet de leerling dit aanpakken?
– Bij wie kan de leerling hulp krijgen?
– Tot hoe laat heeft de leerling de tijd?
– Wat doet de leerling met de uitkomst?
– Wat gaat de leerling doen als hij klaar is?

Instructie overnemen
Leerling moet voor zichzelf kunnen vertellen wat hij / zij moet doen. Hiermee kun jij zien of je instructies zijn begrepen en de leerling wordt gedwongen over de stappen na te denken.
Dit kun je bereiken door:
– De leerling in eigen woorden op laten schrijven wat die moet doen en hoe dit aan te pakken.
– De leerling aan andere leerling uit laten leggen wat hij moet gaan doen.
– De leerling enkele voorbeelden laten zien van oude uitwerkingen.
– De leerling schrijft op het bord wat hij gaat doen en welke stappen hij neemt. De klas controleert of dit de goede aanpak is.

Individueel aanspreekbaar
Ervoor zorgen dat iedereen individueel aanspreekbaar is en blijft. Hiermee zorg je dat iedereen meedoet en zorg draagt dat een opdracht op tijd af is.
Voorbeelden:
– Een tijd geven wanneer iets ingeleverd moet worden. De leerling is zelf verantwoordelijk voor het op tijd af hebben.
– Bij een vraag de klas na laten denken en iemand aanwijzen die het antwoord gaat geven.

Mijn ervaringen:
Ik merk dat de lessen op mijn stageschool redelijk op dit principe gedaan worden.
Eerst wordt er terug gekeken (terugblik). Hier wordt gekeken naar wat er vorige les gedaan is en wat je hiervan geleerd hebt.

Daarna wordt er verteld wat er vandaag gedaan gaat worden (oriëntatie) en vertel wat ze er aan hebben.

Daarna wordt er naar de uitleg gegaan. Er wordt een stukje verteld en door middel van voorbeelden wordt er in een onderwijsleergesprek gekeken naar het onderwerp en samen wordt het antwoord gegeven.

Hierna wordt / worden de opdrachtjes uitgelegd en gaan ze ermee aan de slag. Tijdens de opdrachten is het de bedoeling dat ook het gehele proces wordt genoteerd in hun procesboek zodat hierop altijd terug gereflecteerd kan worden.

Zelfstandig gaan de leerling aan de slag met de opdrachten. Hierbij vragen mensen die iets meer uitleg nodig hebben deze uitleg en de leerlingen die het wel begrijpen zijn lekker zelf aan de slag.

De leerlingen houden hun voortgang bij in hun procesboek zodat er terug gekeken kan worden naar hun proces en ze later hiervan kunnen leren wanneer iets wel of juist niet goed is gegaan.

Aan het einde van de les wordt verteld dat wanneer de opdrachten niet af zijn dit huiswerk is en dat het aan hen is om begin van de volgende les de opdrachten af te laten tekenen bij de docent. Ook wordt er verteld wat er volgende les behandeld gaat worden.

Ik heb hierbij gemerkt dat het belangrijk is de leerlingen vaak positief te stimuleren met waar ze mee bezig zijn. Er niet veel feedback gegeven worden zodat de leerlingen op de goede weg zijn en ook de goede weg inslaan.

Onderzoek naar activerende werkvormen

Activerend onderwijs is erop gericht dat kennis beter blijft hangen wanneer de leerlingen actief betrokken zijn bij de les. Dit kun je tijdens je gele les doen. Zo kun je bij de uitleg ze al stimuleren door ze mee te laten denken en vragen te stellen. Ook tijdens de les zelf kunnen activerende werkvormen ingezet worden om ze actief mee te laten doen. Hiervoor zijn allerlei manieren om dit te kunnen doen.

Ik heb meerdere activerende werkvormen opgezocht die passen bij het onderwijs op mijn stageschool. Enkele zal ik ook zelf uitproberen in mijn lessen. Hiervan schrijf ik dan mijn bevindingen op.

Mindmap
Doel: Inventariseren van voorkennis
Wanneer: Aan het begin van een les(senserie)
Groepssamenstelling: Kan zowel klassikaal als in groepjes of individueel
Duur: 5 minuten
Voorbereiding: Zorgen voor grote vellen papier en stiften

Wat is de bedoeling
Je kiest een onderwerp en laat de leerling(en) zoveel mogelijk worden opschrijven die met en rond dat thema samen hangen. Uiteindelijk kun je ervoor kiezen om door middel van een klassendiscussie samen een mindmap op het bord te maken. Of iedereen één woord op het bord te laten schrijven. Laat ze een uitleg doen bij het gekozen woord of hoe ze bij het woord gekomen zijn.


Mixed up piles
Doel: Introduceren van het onderwerp, ordenen van begrippen of toetsen van kennis.
Wanneer: In het begin of aan het einde van een les(senserie)
Groepssamenstelling: Kan zowel individueel als in 2- of 3-tallen
Duur: 10 minuten
Voorbereiding: Kaarten maken met begrippen rond een onderwerp. De begrippen moeten in 2 (of meerdere) categorieën geordend kunnen worden.

Wat is de bedoeling
De leerlingen krijgen een set kaarten die over hetzelfde onderwerp gaan maar wel in 2 (of meerdere) categorieën gedeeld kunnen worden. Deze moeten zij ordenen in de gegeven categorieën. Er kan aan de leerlingen om een motivatie gevraagd worden.
Ook kan je dit gebruiken om een taal te leren. Je moet de Nederlandse kaartjes bij de juiste vertaling zoeken.


Zinnen afmaken
Doel: Oefenen van begrippen
Wanneer: In de kern of aan het einde van een les(senserie)
Groepssamenstelling: Kan zowel klassikaal als in groepjes of individueel
Duur: 20 minuten
Voorbereiding: Een tekst maken waarin je enkele begrippen laat ontbreken of juist de uitleg van een begrip.

Wat is de bedoeling
De docent heeft een tekst waar enkele begrippen of uitleg van begrippen in weggelaten zijn. De leerling moet dit gat weer invullen. Wanneer het ingevuld is kunnen de antwoorden vergeleken worden binnen een groepje om tot een beter of compleet antwoord te komen. Aan het einde kan het klassikaal besproken worden om tot het ‘beste’ antwoord te komen.


Labeling / Schema
Doel: Oefenen van begrippen
Wanneer: In de kern of aan het einde van een les(senserie)
Groepssamenstelling: Kan individueel of in groepen
Duur: 20-30 minuten
Voorbereiding: Begrippen en een tekening/schema maken die ingevuld moet worden

Wat is de bedoeling
De leerling krijgt een schema welke ingevuld moet worden met de juiste begrippen op de juiste plaats. Aan het einde kunnen de groepjes met elkaar vergelijken en eventueel verbeteren. Daarna kan ervoor gekozen worden om klassikaal te bespreken en de juiste vorm van het ingevulde blad op het bord te maken.


Hoekdiscussie
Doel: Je mening over een onderwerp kunnen verwoorden en uitwisselen met anderen.
Wanneer: In de kern of aan het einde van een les(senserie)
Groepssamenstelling: Kan individueel, in 2-tallen of klassikaal
Duur: 30-40 minuten
Voorbereiding: Het aan de kant zetten van de stoelen / tafels en het creëren van hoeken.

Wat is de bedoeling
De klas is opgedeeld in 4 hoeken. Iedere hoek staat voor een reactie op een stelling.
– Helemaal mee eens
– Beetje mee eens
– Beetje mee oneens
– Helemaal mee oneens
Als docent geef je een stelling die de leerling indivueel op papier schrijft. Ookz et hij op papier zijn individuele mening en beargumenteerd deze op papier. Als de gehele klas zijn mening op papier heeft staan loop je naar de hoek die bij jou mening past.
Binnen de hoeken worden de argumenten aan elkaar verteld en bij elkaar verzameld. Aan het einde van deze tijd moet iedereen uit de groep de beste argumenten uit de ‘hoek’ kennen.
Dan kiest de docent willekeurig een leerling uit iedere hoek die in het midden komt staan om de meningen en argumenten van zijn hoek te vertellen. Als iedere hoek zijn argumenten verteld heeft dan mag er gediscussieerd worden op eerdere genoemde argumenten.
Als een leerling uit de hoek of die in het midden staat door de argumenten wordt overtuigd mag deze ‘overlopen’ naar de andere hoek. Als dit degene in het midden betreft dan moet iemand anders uit de betreffende hoek de discussie in het midden overnemen.
Uiteindelijk wordt de gehele discussie geëvalueerd door de docent samen met de klas.


Andere handige toepassingen
Nearpod.com
Socrative.com