Omschrijving behaviorisme
Bij het behaviorisme wordt het leren gekoppeld aan het gedrag. Dit wordt gestuurd door middel van belonen en straffen. Goed gedrag werd beloond met een voldoende en slecht gedrag bestraft met een onvoldoende. Door goed gedrag te belonen gaan mensen dit gedrag vaker vertonen.
In het onderwijs bedenkt de leraar wat er geleerd moet worden en in welke volgorde dit gebeurt. De docent levert de te leren feiten aan. De voortgang kan goed bijgehouden worden omdat je kunt zien of de leerling wel of niet leert. Het geleerde is namelijk te zien in veranderingen in het gedrag van de leerling.
Omschrijving cognitivisme
In het cognitivisme wordt er niet vanuit gegaan dat het gedrag de enige graadmeter is om te zien of een leerling geleerd heeft. Er wordt vanuit gegaan dat er ook interne veranderingen gaande zijn. In het cognitivisme wordt het menselijk brein een beetje vergeleken met dat van een computer. Nieuwe kennis wordt opgeslagen in het brein en gekoppeld aan al aanwezige kennis over dit onderwerp. Leren is informatieverwerking.

Omschrijving sociaal- constructivisme
Bij het constructivisme aan ze er vanuit dat je kennis en vaardigheden niet leer door de overdracht door een docent maar juist as je zelf ergens over na denkt en iets uitvindt. Hierdoor leer je de informatie die je ontdekt hebt te koppelen aan de informatie die je al weet. Je bouwt dus verder op de kennis die je al bezit. Iedereen koppelt dit dus aan andere informatie omdat niet iedereen al beschikt over dezelfde kennis. Deze leertheorie zegt dus dat je leert door een actieve houding aan te nemen tijdens het verwerven van nieuwe vaardigheden en kennis. Sociale onderdelen zoals samenwerken en feedback hebben een belangrijke rol binnen deze leertheorie.
Verder ben ik ook nog het connectivisme tegen gekomen. Dit is vooral op de toekomst gericht. Hier worden veelal assessments ingezet.
Waarom voor mij het constructivisme voorkeur heeft?
De manier waar mijn voorkeur naar uitgaat past vooral bij het constructivisme en / of het sociaal constructivisme omdat leerlingen aangezet worden tot actief leren. Het is niet zo zeer belangrijk dat de leerling kennis van buiten leert maar dat het betekenisvolle contexten kan creëren waarin kennis toegepast kan worden. Ook samenwerking is een belangrijk onderdeel binnen het leren, want van elkaar kun je enorm veel leren en weer die belangrijke contexten leggen. Bovendien sluit dit naar mijn idee veel beter aan bij hetgeen de maatschappij aan de jongvolwassenen vraagt. Om zelf op zoek te gaan naar bronnen om een oplossing te creëren voor een probleem, en niet standaardoplossingen uit het hoofd te leren. Ook in de maatschappij wordt vooral in teams gewerkt. Wanneer een leerling leert samenwerken aan een oplossing, is dat een goede voorbereiding voor een toekomstige baan.
Volgens deskundigen is het leren in deze leertheorie actief omdat de leerling de binnengekomen informatie zelf moet verwerken om er een zinvolle betekenis aan te geven. De leerling zal nieuwe kennis met oude kennis moeten koppelen om uiteindelijk meer en diepgaandere kennis te ontplooien. Doordat de leerling informatie gaat koppelen en een zinvolle betekenis aan de informatie geeft weet hij /zij wat het hem oplevert en wat hij met deze informatie kan. Om het te bereiken dat leerlingen zelf gaan leren moet je ze sturen op zelfsturing. Hiervoor heb je als basisbehoeften nodig: competentie, relatie en autonomie. Wanneer deze onderdelen er zijn en de leerling genoeg zelfvertrouwen, zelfstandigheid, zelfregulatie en zelfsturing heeft kan de leerling aan de gang met zijn eigen leerproces.
Voordelen van het constructivisme
Ik denk dat het voordeel is van mijn manier van lesgeven dat leerlingen kennis krijgen binnen onderwerpen die de leraar opdraagt, maar waar ze zo ver en diep in mogen gaan als dat ze zelf willen. Ze weten hoe en waar ze kennis kunnen halen en hoe je deze kennis om kunt zetten naar opdrachten in de praktijk. Voordeel van deze manier van leren is dat de leerling wanneer binnen het betreffende vakgebied kennis snel verouderd is, weet hoe zichzelf nieuwe kennis aan te leren en toe te passen. Ze weten hoe zij zichzelf moeten sturen om te leren.
Natuurlijk is het ook zo dat dit onderwijs goed kan werken binnen het werken in groepsverbanden. Ook dit is belangrijk te kunnen omdat er in het bedrijfsleven veel samengewerkt moet worden en van het samenwerken kun je ook veel leren van inzichten van andere projectleden. Bovendien gaat het om het behalen van een gezamenlijk resultaat. De andere projectleden hebben wellicht andere kennis en door botsingen binnen de kennis van persoon A met de kennis van persoon B ontstaat er weer nieuwe, bijgestelde kennis waarop verder geborduurd kan worden.
Toetsing binnen het constructivisme
Natuurlijk zullen resultaten van het leren getoetst moeten worden. Deze toetsen dienen als bewijslast van het niveau van de leerling en zijn leerproces. Toetsing op de traditionele manier zal niet meer werken wanneer leerlingen zelfsturend leren. Leerlingen leggen allemaal individueel een ander leerproces af en dit moet meegenomen worden in de beoordeling. Door de nieuwe leerresultaten, als gevolg van het constructivisme, wordt toetsen meer een middel dan een doel. Met deze toetsen kunnen we zien hoe ver de leerling is en wat hij precies kan. Met de resultaten van deze toetsen kun je zien wat de leerling extra moet oefenen, waar nog witte vlekken zitten en de leerling hierin sturen. Mogelijke toetsingsvormen binnen het constructivisme zijn de volgende;
– Solo opdracht
Bij de solo opdracht moeten leerlingen hun kennis en vaardigheden die zij afgelopen periode opgedaan hebben laten zien in een test. Ze moeten dit helemaal alleen doen. Dit zou een opdracht kunnen zijn die over een periode loopt maar dit kan ook een opdracht zijn die in een dag gedaan moet worden binnen de klas. Door de opdracht in zijn geheel door één persoon te laten doen weet je welke kennis en vaardigheden deze leerling beheerst. Bij het beoordelen van deze test zal ook het proces meetellen. Iedere leerling zal namelijk op zijn of haar eigen manier tot het eindresultaat komen. Het kan dan mogelijk zijn dat de eindresultaten van elkaar verschillen.
– Groepsopdracht
De groepsopdracht wordt uitgevoerd door een groep leerlingen die samen aan de slag gaan om tot een eindresultaat te komen. Leerlingen moeten met elkaar diverse soorten informatie verzamelen en er moeten verschillende acties ondernomen worden om tot het eindresultaat te komen. Leerlingen moeten slim de taken gaan verdelen, waarbij ze gebruik moeten maken van de deskundigheid van de anderen.. Zo kan iedereen zijn of haar eigen specialiteiten tonen maar moeten ze samen wel instaan voor het eindresultaat en daarom moeten ze elkaar controleren en eventueel corrigeren. Doordat er samengewerkt moet worden met een groep moet er goed gecommuniceerd worden en daarom kunnen deze vaardigheden ook beoordeeld worden.
– Werkstukken en presentaties
Wanneer bijvoorbeeld onderzoeken een competentie is die aangetoond moet worden is dit een ideaal middel. Werkstukken en presentaties kunnen ook weer zowel individueel als in teamverband gemaakt worden. Ook het presenteren is een belangrijk onderdeel bij het bedrijfsleven en kan hiermee geoefend worden.
– Peerassessment
Leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd en niveau worden bij elkaar gezet om elkaar te beoordelen. Leerlingen denken samen na over elkaars werk en beoordelen elkaar. Peerassessments kunnen zowel summatief als formatief ingezet worden. Peerassessments formatief worden vaak tussentijds gebruikt om leerlingen de kans te geven feedback te krijgen en hun leerproces tussentijds aan te passen of bij te sturen. Peerassessments summatief worden gebruikt om een product, vaardigheid of proces te beoordelen. Wanneer je peerassessment gebruikt om te beoordelen is dit dus een vorm van toetsing.
– Self-assessment
De leerling beoordeelt zichzelf door kritisch naar zijn of haar eigen werk en leerprocessen te kijken aan de hand van de eerder opgestelde criteria. Deze manier van toetsen is vooral gericht op het verder ontwikkelen.
– Portfolio
Een portfolio bevat werk wat de leerling zelf samengesteld heeft. Deze verzameling toont de evolutie in het leerproces en leerresultaten van de leerling. Het portfolio zorgt ervoor dat er gemakkelijk beoordeeld kan worden op de leerprestaties. In het portfolio kunnen allerlei dingen opgenomen zijn waardoor zowel het leerproces als de producten meegenomen kunnen worden om de leerprestaties van de leerling te bepalen.
Komen de principes van onderwijstheorie terug in de manier van lesgeven sintlucas?