Categorie archieven: Competenties

7. Competent in reflectie en ontwikkeling

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet zich voortdurend verder ontwikkelen en professionaliseren.

Een leraar die competent is in reflectie en ontwikkeling, denkt regelmatig na over zijn beroepsopvattingen en zijn professionele bekwaamheid. Zo’n leraar streeft ernaar zijn beroepsuitoefening bij de tijd te houden en te verbeteren.

Zo’n leraar:
– weet goed wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap 
en van welke waarden, normen en onderwijskundige 
opvattingen hij uitgaat;
– heeft een goed beeld van zijn eigen competenties, zijn 
sterke en zwakke kanten;
– werkt op een planmatige manier aan zijn verdere 
ontwikkeling;
– stemt zijn eigen ontwikkeling af op het beleid van zijn 
school en benut de kansen die de school biedt om zich verder te ontwikkelen.

De leraar in opleiding onderzoekt zelfstandig en systematisch zijn werk en betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt sterke en zwakke punten en leervragen, beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daaraan heeft gewerkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De leraar in opleiding denkt mee over schoolrelevante thema’s. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het onderwijs.

De leraar in opleiding verwoordt zijn beroepsopvattingen en vanuit welke normen en waarden hij daar vorm aan geeft.


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Sterke punten
Deze competentie beheers ik goed. Ik ben eigenlijk al mijn hele leven bezig met het verbeteren van mezelf. Ik denk voor ik iets doe wat ik wil gaan doen en hoe ik dit kan gaan doen en wat het mogelijke effect is. Daarna kijk ik na de actie terug op wat ik heb gedaan. Hoe is het gegaan, wat zijn de resultaten, hoe kan het volgende keer beter? Hiervoor gebruik ik onder andere het feedback van andere. De feedback die ik krijg probeer ik vaak een keer uit om te zien of het wellicht iets is waar ik iets mee kan in mijn lessen. Door dit goed voor mezelf in kaart te brengen weet ik van mezelf goed waar mijn zwakkere punten liggen en weet ik dus goed waar ik me vooral mee bezig moet gaan houden om mezelf te verbeteren.

Zwakke punten
Doordat feedback zo’n eigenschap van mijzelf is ben ik eigenlijk van mening dat dit geen zwak punt van mij kan zijn. Ik weet goed wat ik moet doen om mezelf te kunnen verbeteren en wat ik hiervoor nodig heb.

Ik ga ervoor zorgen dat ik nu ook weer feedback krijg van meerdere partijen.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1-7: Leraren feedback vragen over mijn lessen
Leerdoel 2-7: Leerlingen feedback vragen over mijn lessen


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C7.2 – De student reflecteert systematisch op eigen gedrag en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
C7.3 – De student weet aan te geven op welke punten de eigen competentie(ontwikkeling) verbeterd kan worden.
C7.8 – De student staat open voor andere visies en ideeën en probeert die daadwerkelijk uit.

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
*C7.2 – Ik reflecteer wel vaak op hoe het gegaan is maar vergeet dit vaak te noteren. Wel heb ik een enquête gehouden tijdens de module onder de studenten. De 1e keer samen met Monique over de module en over de leraar (wat dus over 2 docenten ging). De 2e keer heb ik alleen een enquête gedaan over mij en over mijn lesgeven alleen.
*C7.3 – Ik weet van mezelf vaak wel goed te benoemen wat verbeterd mag worden. Dit was voor mij bijvoorbeeld het punt dat ik ongewenst gedrag corrigeer. Het is een moeilijk onderdeel maar ik begin wel te merken dat ik het gemakkelijker vind er iets van te zeggen. Zo ook wanneer een student vraagt of die eerder weg mag i.v.m. ‘wat voor reden dan ook’. Dit laat ik ook niet zomaar gebeuren. Ze moeten dan van mij of een mail sturen naar LOB-er dat ze dit hebben gevraagd o.i.d.
*C7.8 – Als ik tips krijg dan denk ik hier graag over na en als ik denk dat het bij me past en kan werken dan probeer ik het zeker uit. Maar eerlijk zal ik zeggen dat het wel bij me moet passen omdat ik anders denk dat het sowieso niet werkt omdat studenten dat door hebben.

Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: Enquête over de module en enquête over mij
Tijdens de opleiding heb ik een keer samen met vakdocent Monique een enquête gehouden over de module en over ons. Later heb ik ook een enquête afgenomen over mij. In deze enquête konden studenten anoniem allerlei beoordelingen invullen over mij. Deze antwoorden heb ik geanalyseerd en weer verwerkt tot leerpunten waarmee ik verder kon.
Link: Klik hier voor de resultaten van de enquête over de gehele module.
Link: Klik hier voor de resultaten van de enquête over mij als docent.

10685488_10207647558244173_640558334816547258_nVoorbeeld 2: Benutten van kansen voor ontwikkeling
Tijdens mijn stageperiode heb ik de kansen om te groeien en ontwikkelen zo veel mogelijk aangenomen. Zo heb ik gesolliciteerd als gastdocent i.p.v. meelopen als stage en dit ben ik geworden. Ik heb 3 van de 4 cursusavonden gevolgd om handvatten te krijgen voor het doceren en hiermee een certificaat behaald. Ook ben ik bezig geweest met leertheorieën en mijn ideeën van een krachtige leeromgeving.
Link: Klik hier voor de opdracht over een krachtige leeromgeving.
Link: Klik hier voor mijn informatie over leertheorieën

Voorbeeld 3: Actuele onderwijsontwikkelingen
Voor school zijn wij bezig geweest met een project over de 21e eeuwse vaardigheden. Dit onderwerp is een actueel onderwerp wat op veel scholen erg speelt. Hier hebben wij onderzoek gedaan naar wat het precies inhoud, wat bepaalde vakgroepen ervan vinden en denken en hoe het op scholen toegepast wordt en hoe docenten hierover denken.
Link: Klik hier voor het project over de 21e eeuwse vaardigheden.

Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: observeren van andere docenten
Tijdens mijn stage heb ik meerdere docenten geobserveerd. Ik heb hierbij gekeken hoe zij dingen vertelden, wat zij deden maar ook hoe de reactie van de leerlingen hierop was. Van dit kijken en observeren kun je een heleboel dingen leren. Wat je bijvoorbeeld wel en niet moet doen.
Link: Naar verslagen van stagedagen waarin ik docenten geobserveerd heb.

Voorbeeld 2: Feedback
Ik ben een persoon die heel erg veel feedback vraagt. Ik vind dit een belangrijk onderdeel waar je heel erg veel van kunt leren. Door feedback te krijgen en hiervan te bekijken wat je wel en niet meeneemt kun je het allerbeste uit jezelf halen. Door de feedback kun je voor jezelf verbeterpunten opstellen waarmee je in de komende tijd aan de slag kunt.
Link: leerdoelen


Hoe nu verder

Ik denk dat ik deze competentie ook goed aangetoond heb. Het reflecteren is een belangrijk onderdeel van je ontwikkeling. En als docent is het belangrijk om jezelf altijd te willen ontwikkelen. Hier wil ik in de toekomst ook bewust mee bezig blijven. Ook denk ik dat het belangrijk is om op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen in het onderwijs. Hiervan wil ik dan ook op de hoogte blijven.

6. Competent in het samenwerken met de omgeving

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet contacten onderhouden met de ouders of verzorgers van de leerlingen/ deelnemers en met collega’s van (leer)bedrijven en instellingen waar zijn school voor het onderwijs en de leerlingen-/deelnemerszorg mee samenwerkt. Hij moet er ook voor zorgen dat zijn professionele handelen en dat van anderen buiten de school goed op elkaar afgestemd zijn. Bovendien moet hij eraan meewerken dat de samenwerking van zijn school met die bedrijven en instellingen goed verloopt.

Zo’n leraar zorgt ervoor dat:
– er een goede communicatie en afstemming is met ouders 
of verzorgers van de leerlingen/deelnemers;
– er – in overleg met de leerling – een goede communicatie 
en afstemming is tussen school, leerling en bedrijven of instellingen waar de leerling (in het kader van zijn opleiding) mee te maken heeft;
– er doeltreffend gebruik gemaakt wordt van het professionele netwerk van de school als het gaat om de opleiding van de leerling of de zorg voor de leerling;
– hij de contacten namens de school op een verantwoordelijke en zorgvuldige wijze onderhoudt met de omgeving van de school.

De leraar in opleiding neemt zelfstandig en actief deel aan overleg met mensen en instellingen buiten de school, te denken valt aan ouderavonden, open dagen, bedrijfsstages, zorgstructuuroverleg enzovoort.


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Sterke punten
Deze competentie was lastig omdat hier niet heel erg veel van in mijn stage voorbij is gekomen. Wel heb ik als sterk punt dat ik uit gesprekken die ik gemakkelijk met de leerling aanga goed haal of er informatie is die ik wellicht door moet spelen om de leerling te helpen. Hierbij hou ik natuurlijk wel rekening met privacy-kwesties want niet alles kun je zomaar doorvertellen.

Zwakke punten
Ik heb in deze competentie helaas eerder tijdens mijn minor niet heel erg veel ervaring op kunnen doen en daarom zal dit een competentie zijn die later nog verder zal moeten ontwikkeling. Daarom hoop ik dat ik er in iedergeval achter kan komen met welke instellingen school allemaal contacten heeft wanneer dit nodig is in bepaalde situaties. Ook zou ik als dit mogelijk is ook een keer mee gaan bij zo’n gesprek of dag buiten de school.

Dit zwakke punt is hierdoor ook mijn leer-/verbeter punt waarin ik natuurlijk ga groeien wanneer ik meer mee draai binnen scholen en organisaties in de komende jaren.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1-6: Met welke instellingen etc heeft de school contacten wanneer dit nodig is als begeleiding voor een leerling?
Leerdoel 2-6: Meekijken en eventueel doen/helpen bij gesprekken of dagen met mensen van buiten de school.


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C6.1 – De student hanteert relevante gespreksvaardigheden en -technieken (bijv. slecht-nieuwsgesprek, adviesgesprek).
C6.3 – De student geeft aan ouders en andere belanghebbenden – in het belang van de leerling – informatie en doet dit met respect.

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
*C6.1 – Mee geweest naar stagebezoek.
*C6.3 – Meegeholpen op open dag (zie blogverslag) voor hoe dit is gegaan.

Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: Mee geweest naar een stagebezoek
Ik ben mee geweest naar een stagebezoek. Natuurlijk heb ik niet het woord gedaan want dit was niet de bedoeling maar ik heb wel kunnen zien hoe zo’n gesprek gaat. Wat voornamelijk voorbij kwam waren dingen als: kijken hoe het gaat met de student. Wat doet die bij het bedrijf, zit die op z’n plek, is het voor de student duidelijk wat er van hem verwacht wordt?
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 24.

Voorbeeld 2: Geholpen op de open dag
Ik heb geholpen op de open dag van de school. In het begin was het lastig omdat ik niet de exacte gang van zake wist op het school en je geen verkeerde informatie wilt geven aan de nieuwe studenten. Maar na 2x luisteren bij een andere docent en enkele vraagtekens bij mij op te lossen ben ik gewoon aan de slag gegaan en heb ik nieuwe studenten en ouders goed te woord kunnen staan. Wanneer ik een vraag niet wist heb ik de student aan een ander docent gekoppeld die deze vraag wel kon beantwoorden zodat ik zeker wist dat de vraag opgehelderd zou worden en de student niet zelf opzoek hoefde naar iemand die het antwoord kon geven.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 19.

Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: Gesprek met leerling van HTML / CSS 3e jaars klas
Ik heb in het belang van de leerling contact gehad met de mentor van deze leerling. Deze leerling had aangegeven te denken niet op de juiste plaats te zitten binnen de opleiding die zij nu volgde. Ze gaf aan dat ze het maken van websites (wat ze bij mij leerde) leuker vond dan alleen maar dat tekenen en ontwerpen. Ze vond het ontwerpen wel leuk maar wilde ook zeker meer bezig zijn met het maken van een website en dergelijke. Ik heb hierover contact gehad met haar mentor en deze heeft contact opgenomen met haar. Hierdoor is het traject in werking gegaan om ervoor te zorgen dat een overstap van haar huidige opleiding naar wat zij echt helemaal te gek vind in werking wordt gezet.
Link: naar het weekverslag.


Hoe nu verder

Ik denk dat ik binnen deze competentie nog veel kan leren wanneer ik langer op een school werk. Bijvoorbeeld als ik uiteindelijk een LOB-er zou worden (ouderavonden) of stagebegeleider ben van studenten. Dit zijn echter geen taken van een beginnend docent op school maar is zeker wel iets wat ik me uiteindelijk zie gaan doen.

5. Competent in het samenwerken met collega’s

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet ervoor zorgen dat zijn werk en dat van zijn collega’s in de school goed op elkaar zijn afgestemd. Hij moet ook bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie.

Een leraar die competent is in het samenwerken met zijn collega’s, levert zijn bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op zijn school, aan goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie.

Dat wil zeggen dat zo’n leraar:
– goed met collega’s communiceert en samenwerkt;
– een constructieve bijdrage levert aan vergaderingen en 
andere vormen van schooloverleg en aan de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om de school goed te laten functioneren;
– een bijdrage levert aan de ontwikkeling en verbetering van zijn school.

De leraar in opleiding neemt zelfstandig en actief deel aan verschillende vormen van overleg binnen de school, te denken valt aan rapportvergaderingen, teamoverleg, studie(mid)dagen enzovoort.
Hij geeft en ontvangt collegiale consultatie en intervisie.


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Zwakke punten
Ik kan bij deze competentie niet echt zeggen dat ik een zwak punt heb. Ik heb allerlei dingen gedaan om mijn collega’s te helpen waar ik kon. Wel ben ik nog nooit bij een vergadering of een anders gesprek geweest op school. Dit is dan ook iets waar ik me op wil focussen.

Sterkte punten
Wel heb ik gewerkt met het programma waarin de docenten op school de absenties en dergelijke in opnemen waardoor ik hier ook kennis van op heb gedaan zodat de administratie hier eventueel mee verder kon. Ik heb me dienstbaar opgesteld en heb veel collega’s geholpen door lessen over te nemen of door eventueel extra ondersteuning aan de leerlingen te bieden wanneer zij vragen konden stellen. Hierdoor had de betreffende docent het wat minder druk en kon deze per leerling iets meer tijd nemen. Ook ben ik duidelijk geweest in wat ik wel en niet kan en wil en dit is voor mij een grote stap. Ik vond dit eerst best moeilijk om dit te uiten maar ik heb dat wel gedaan.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1: Welke gesprekken etc zijn er allemaal binnen de school?
Leerdoel 2: Bij enkele van dit soort gesprekken aanwezig zijn en wanneer dit kan mee doen.


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C5.3 – De student stelt eigen grenzen vast: is duidelijk over wat hij (niet) wil of kan.
C5.5 – De student werkt volgens de in de organisatie geldende afspraken, procedures en systemen, zoals leerlingvolgsysteem en kwaliteitszorg.

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
*C5.3 – Dit punt is in de tussenevaluatie naar voren gekomen omdat ik in de lessen waarin ik meeliep minder actief was geworden. Dit kwam omdat ik dan onder de lessen met opdrachten voor school bezig was ipv met het helpen in de lessen. Dit heb ik verder eigenlijk niet gezegd en hierdoor niet aan de andere docenten waar ik mee mee liep aangegeven, Hierdoor wisten zij dit niet en leek het alsof ik minder ging doen/vragen/helpen etc. Ik denk dat ik nu wel beter mijn eigen grenzen duidelijk maak. Ik geef aan als ik wel of niet kan en dit weten ze dan ook.
*C5.5 – Ondertussen heb ik ook meer gedaan met het invullen van Magister. Buiten de afwezigheid die ik zelf in moet vullen heb ik nu ook beoordelingen ingevoerd en de bijbehorende feedback. Ook weet ik bij de informatie in Magister te komen van een student en eventueel erachter te komen wie de LOB-er is zodat ik deze kan benaderen over een student.

Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: Module opzetten
Tijdens mijn periode op school heb ik meerdere momenten gehad waarop er met andere vakdocenten overlegd werd over de opzet van de modules. In deze modules heb ik mijn ideeën en meningen gegeven over de modules en in overleg hebben we leuke modules opgezet of leuke input gegeven aan de modules. Ook word er overlegd over hoe de producten beoordeeld moeten worden.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 22.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 24.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 26.

Voorbeeld 2: Alternatief programma
Omdat het programma waarmee we de studenten lieten werken tijdens de Brand New Site module erg vervelend was en er erg veel klachten kwamen van studenten. Ook wij konden door bugs in het programma niet alle problemen oplossen wat ook voor frustratie zorgde bij de studenten. Uiteindelijk hebben rein overleg ervoor gekozen om het programma Edge Reflow niet meer te gebruiken en over te stappen naar Adobe Muse. Dit programma kende ik niet meer heb ik even snel geleerd zodat ik de studenten hierin wel kon begeleiden.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 16.

Voorbeeld 3: Tijdelijke overname van de les
Er was een docent die even weg moest ivm enkele afspraken. Ik heb voor deze docent de klas die aan het werk was even overgenomen en de studenten geholpen bij vragen voor zover ik kon. Hierdoor had de docent even haar handen vrij en kon zij even haar afspraken af.

Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: HTML en CSS lessen
Toen ze aan mij de vraag stelde of ik HTML / CSS lessen wilde gaan geven heb ik dit meteen met twee handen aangepakt. Ik wilde de leraren uit de situatie helpen dat ze hier geen geschikte docent voor hadden. Ik heb ze hier dus mee geholpen. Ook heb ik hulp gevraagd met het opzetten van de lessen die ik ging geven. Ik heb advies ingewonnen bij andere collega’s en met dit advies heb ik de lessen zelf vormgegeven. Ook heb ik ervoor gezorgd dat ik aan de standaard template voor de presentaties van de school ben gekomen zodat ik mijn lessen in de zelfde vormgeving en opmaak kon doen als alle andere docenten. Ik heb dus hierdoor volgens hun afspraken en procedures gewerkt. Ook heb ik mijn lessen zo vormgegeven dat ze voldoen aan de visie van de school en dat is voornamelijk dat je leert door het doen en niet door alleen maar te luisteren. Het zijn creatieve mensen en die willen niet alleen maar luisteren.
Link: Naar meer informatie over de HTML / CSS lessen

Voorbeeld 2: PHP lessen
Een puntje van de competentie samenwerken met collega’s bestaat uit dat ik aangeef wat ik wel en niet kan. Dit heb ik ook tijdens mijn stage duidelijk gedaan. Eerder was namelijk het plan om mij te laten assisteren bij PHP lessen. Hier weet ik zelf te weinig van af en hier liggen ook mijn ambities niet. Dit heb ik op zo’n manier verteld dat ze dit begrepen en dat we naar andere lessen zijn gaan zoeken die ik kon geven. Dit zijn dan de eerder genoemde HTML / CSS lessen geworden.

Voorbeeld 3: Balsamiq les
Wanneer zij mij vroegen om een les Balsamiq te geven ben ik hier op in gegaan. Deze les heb ik volledig voor mijn rekening genomen in plaats van de docent die het eigenlijk zou geven. Ik heb mijn verantwoordelijkheden genomen om het programma goed op de leerlingen over te brengen en ik heb mijzelf met het overnemen van deze les dienstbaar opgesteld.
Link: Naar get verslag van de Balsamiq les


Hoe nu verder

Uiteindelijk ben ik nog bij weinig vergaderingen etc geweest. Maar dit is iets wat ik verwacht dat vanzelf gaat gebeuren wanneer ik langer in het onderwijs zit. Wel denk ik dat ik competent ben in het samenwerken met collega’s omdat ik mijn best heb gedaan waar kan om met de collega’s samen te werken en ik hier alleen maar positieve punten over heb gehoord. Zo zei Monique tijdens mijn eindbeoordeling dat zij erg blij was met mijn PowerPoints die ik maakte en dat ze erg graag met mij samenwerkt.

4. Organisatorisch competent

De leraar voortgezet onderwijs en bve draagt zorg voor organisatorische zaken die samenhangen met zijn onderwijs en het leerproces van de leerlingen/deelnemers in de school en op de leerwerkplek.

De leraar voortgezet onderwijs en bve die organisatorisch competent is, zorgt ervoor dat de leerlingen/deelnemers een ordelijke en taakgerichte omgeving treffen.

Waar het leren zich op verschillende plaatsen afspeelt (bijvoorbeeld op verschillende plaatsen in de school, stages, leerbedrijf, buitenschoolse projecten) zorgt de leraar (eventueel in samenspraak met andere begeleiders) voor afstemming tussen die verschillende plaatsen.

Zo’n leraar zorgt er dus voor dat de leerlingen/deelnemers:
– weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben 
voor eigen initiatief;
– weten wat ze moeten (of kunnen) doen, hoe en met welk doel ze dat moeten (of kunnen) doen.

De leraar in opleiding hanteert zelfstandig een efficiënte vorm van time- en taakmanagement m.b.t. activiteiten binnen en buiten de les, voor zichzelf en voor de leerlingen. Hij richt de werkruimtes op een veilige en doelmatige manier in en stemt de activiteiten van uiteenlopende leeromgevingen op elkaar af.
Hij treedt regulerend en ordenend op in onverwachte situaties. Hij administreert relevante informatie (niet alleen leerling administratie).


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Sterke punten
Mijn sterke punten binnen deze competenties zijn dat ik erg organisatorisch ben. Ik kan van tevoren goed nadenken over de mogelijke situaties waarin ik terecht kom en me hier op voorbereiden. Ook met plotselinge veranderingen of situaties kan ik omgaan en kan ik mijn plan in overleg met de ander gemakkelijk wijzigen. Ook kan ik duidelijk aan leerlingen vertellen wat ik van hen verwacht en wat zij van mij kunnen verwachten.

Zwakke punten
Ik denk dat ik bij deze competentie niet echt een punt heb wat ik niet beheers omdat ik een organisatorisch persoon ben van mijzelf en dit dus ook voor mijn lessen.

Natuurlijk ga ik binnen de punten in deze competentie wel nog meer groeien wanneer ik meer les geef de komende jaren.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1-4: Hoe teken ik huiswerk van de klas af zonder dat dit erg veel tijd kost en ik de klas niet meer kan begeleiden.
Leerdoel 2-4: Doorgeven van dingen die niet goed zijn (bijvoorbeeld dat ik in lokaal G208 & G216 de tv niet kan gebruiken met mijn MAC om te presenteren.)


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C4.4 – De student stelt prioriteiten en verdeelt de beschikbare tijd efficiënt, zowel voor zichzelf als voor de leerlingen.
C4.5 – De student weet om te gaan met beperkte mogelijkheden van de leeromgeving, en beschikt bij knelpunten over alternatieven.
C4.2 / 4.6 – De student kent de te hanteren regels en afspraken en houdt zich daaraan. & Plant eigen werk en maakt werkafspraken met leerlingen

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
*C4.4 – De planning is gemaakt welke les, welke opdrachten gemaakt moeten worden en volgende les moet het meestal af zijn.
*C4.5 – Beamer die niet werkt op mijn laptop dan andere oplossing. Of gewoon doen met oude beamer formaten van school bij presentaties van website.
*C4.2 / 4.6 – Ik ben al wel iets minder van het uitstellen van de deadlines. Dat ik dit heb is omdat er gezegd is dat ik niet te streng mag zijn omdat het nog maar 1e-jaars zijn. In overleg met Monique kijken we wat schappelijk is wat betreft de deadlines.

Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: Organiseren van de les
In het begin van de schoolperiode werd ik in een klas ingedeeld waarin mijn laptop het niet deed op de beamer. Hierdoor kon ik de presentatie niet goed geven. Daarom heb ik contact opgenomen met het roosterbureau om te zorgen dat ik hier niet meer ingedeeld werd.

Ook heb ik bij een project de klas klaargemaakt voor het knutselen voor de module Paperapp, wat de studenten moesten gaan doen. Daarvoor heb ik allerlei spulletjes meegenomen en geregeld zoals satéstokjes, gekleurd papier, koffielepeltjes, schaar, lijm, liniaal etc.

Voorbeeld 2: Planning/verwachtingen
De studenten krijgen in het begin van de les te horen wat ze vandaag kunnen verwachten. Het is een soort planning van de dag. Als de module begint dan beginnen we met een overzicht van de module weken zodat ze voor de gehele module weten wat ze kunnen verwachten. Dit is te zien in de video hieronder over hoe ik voor de klas sta.

Voorbeeld 3: Eindbeoordeling en enquête studenten
Zowel in het eindbeoordelingsformulier als in de enquête onder de studenten kwam er naar voren dat ik deze competentie goed beheerste. In de eindbeoordeling heb ik alle punten op een goed behaald. In de enquête waren bijna alle vragen onder het kopje organisatorisch competent met een goed of heel goed beoordeeld.
Link: Klik hier voor de enquête uitslag.
Link: Klik hier voor mijn eindbeoordeling.

Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: HTML / CSS lessen
De lessen die ik op stage heb gegeven zijn de lessen HTML5 en CSS. Ik heb de lessen helemaal zelf mogen invullen en bedenken. Daarbij kijk ik goed naar de mogelijkheden. Ik weet dat ik rekening moet houden met het feit dat het mogelijk is dat ik in een heel groot lokaal les moet gaan geven waar ook nog een andere klas bij is welke ook binnen die tijd les van een andere docent moet krijgen. Hierdoor moet ik rekening houden met de beperkte tijd en afspraken maken met de andere docent wie wanneer zijn/haar les doet. Waar ik verder rekening mee moet houden is de manier van les die ze krijgen op het Sint Lucas. Ze werken veel met projecten en daar moet ik natuurlijk rekening mee houden. Ze werken veel zelf en daarom ga ik niet de hele tijd praten maar leg ik wat uit en daarna gaan ze zelf aan de slag. Leerlingen krijgen van mij een algehele planning en moeten dit zelf bijhouden. Wel kom ik steekproefsgewijs kijken of het huiswerk gemaakt is en dit zal ik noteren zodat ik een idee heb of leerlingen zich wel bezighouden met de stof die ik ze aanbied.
Link: Naar extra informatie over de HTML / CSS lessen

Voorbeeld 2: Busreis uitdenken (schoolopdracht)
Op school hadden we een opdracht om een educatieve schoolreis uit te denken. Hier moest je echt over allerlei dingen nadenken. Dit ging van waar naar toe en met wat voor bus maar ook diepgaandere zaken zoals wat er in de bus aanwezig is. Geef ik de leerlingen opdrachten in de bus of juist niet. Wat kunnen ze dan doen en wat doen ze bij de excursie. Wat is het doel van de excursie? Wat kunnen ze van mij verwachten? Verder dacht ik ook na over aantal leerlingen die mee gingen, hoeveel begeleiders je dan nodig hebt, welke sfeer ik wil dat de excursie heeft. En dergelijke informatie, zoals je kunt lezen op de link hieronder heb ik veel uitgedacht.
Link: Naar de busopdracht

Voorbeeld 3: Lessenreeks (schoolopdracht)
Als opdracht voor school moesten we een lessenreeks opzetten met daarin een introtoets, de lessen en een eindtoets. Deze reeks heb ik in zijn geheel opgezet en helemaal uitgewerkt. Ik ben begonnen met een beginsituatie waarin ik verwacht dat de klas zich bevind. Voor de introtoets heb ik een toets matrijs gemaakt. Aan de hand hiervan heb ik mijn vragen voor mijn toets opgesteld. Ik heb doelstellingen voor mijn lessen opgesteld en beschreven hoe ik dit ga evalueren. Per les heb ik een lesvoorbereidingsformulier ingevuld waarin ook nog eens vermeld staat wat ik wil bereiken met de les en hoe lang ze ongeveer waar mee bezig zijn. Ook voor het proefwerk heb ik een toets matrijs ingevuld en heb ik ervoor gezorgd dat er een correctie model is waardoor je halve antwoorden wellicht ook nog kunt beantwoorden en waarin je ook kunt zien wanneer een antwoord compleet is. Als laatste eindig ik met de puntverdeling. Mijn beoordeling voor de lessenreeks was heel erg goed en ik had dan ook een 9.
Link: http://www.ireem.nl/educatie/opdrachten/lessenreeks/


Hoe nu verder

Ik vind het belangrijk om goed voorbereid te zijn en dat zal ik dus komende tijd ook zijn. Dit omdat ik denk dat je hiermee ook een signaal naar de studenten afgeeft. Je moet voorbereidt zijn op alle situaties.

3. Vakinhoudelijk en didactisch competent

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet de leerlingen/ deelnemers helpen zich de leerinhouden van een bepaald
vak of beroep eigen te maken en vertrouwd te raken met
de manier waarop die in het dagelijkse leven en in het werk gebruikt worden. Ook helpt hij de leerlingen/deelnemers zicht te krijgen op wat zij in de samenleving en in de wereld van het werken kunnen verwachten.

Een leraar die vak- of beroepsinhoudelijk en didactisch competent is, creëert een krachtige leeromgeving, onder andere door het leren in verband te brengen met realistische en voor de leerlingen/deelnemers relevante toepassingen van kennis in beroep en maatschappij.

Zo’n leraar:
– stemt de leerinhouden en ook zijn doen en laten af op de 
leerlingen/deelnemers en houdt rekening met individuele verschillen;
– bepaalt met de leerling diens (individuele) leertraject, met bijvoorbeeld mogelijkheden voor leren in en buiten school en leren in de context van de beroepsuitoefening;
– motiveert de leerlingen/deelnemers voor hun leer- en 
werktaken, daagt hen uit om er het beste van te maken 
en helpt hen om ze met succes af te ronden;
– leert de leerlingen/deelnemers leren en werken, ook 
van en met elkaar, om daarmee onder andere hun zelfstandigheid te bevorderen.

De leraar in opleiding staat boven de leerstof. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig onderwijsleeractiviteiten die recht doen aan verschillen tussen leerlingen, met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij gaat bij de uitvoering flexibel om met het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de leerlingen.


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Sterke punten
Mijn sterke punten zijn dat ik individueel per leerling bekijk wat het niveau is en daarop de leerinhoud afstem. Ook motiveer en daag ik de leerlingen hierdoor uit om het beste van zichzelf naar boven te halen. Als de leerlingen iets niet weten geef ik niet meteen het antwoord maar laat ik ze bij andere leerlingen informeren of geef ze een hint waarna ze kunnen gaan zoeken met Google zodat ze zelf achter het antwoord en de oplossing kunnen komen.

Zwakke punten
Ik was van plan om veel verschillende werkvormen te gaan proberen. Helaas ben ik hier niet echt aan toegekomen. Voornamelijk heb ik gebruik gemaakt van het doceren, onderwijsleergesprek en het zelfstandig werken door leerlingen. Nu is het echter wel zo dat ik niet echt de kans gekregen heb hier een andere werkvorm te proberen maar dit is wel iets wat ik in de toekomst zeker wil gaan doen.

Dit zwakke punt is hierdoor ook mijn leer-/verbeter punt waarin ik natuurlijk ga groeien wanneer ik meer les geef in de komende jaren.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1-3: Wat laat je iemand doen die al klaar is? Zodat deze zich niet gaat vervelen en daardoor andere niet gaat afleiden.
Leerdoel 2-3: Verdiepen in Adobe Edge Reflow zodat ik hier over een tijd wanneer het nodig is les in kan geven.


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C3.13 – De student ondersteunt de leerlingen in hun leerproces, door leervragen en leerproblemen te signaleren, te benoemen en erop te reageren.
C3.21 – De student verantwoord zijn didactische opvattingen en de gekozen aanpak.

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
*3.13 – Probeer als studenten andere dingen zitten te doen erheen gaan en vragen of het lukt en of ik ze kan helpen etc.
*3.21 – dit doe ik. Ook als ik denk dat een andere methode beter zou werken o.i.d. dan geef ik dit in overleg aan en hebben we het erover om mogelijk dingen anders te doen.

Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: De student stimuleren in zelfstandigheid
Uit de enquête die ik gehouden heb na de HTML/CSS module bleek dat ik de studenten hielp om zelfstandig te werken. “Aangezien de lessen gericht waren op zelfstandigheid, was de docent niet heel veel betrokken bij de studenten. Maar omdat de lessen zelfstandig zijn is dit geen min punt. Het stimuleert de zelfstandigheid.” Ook hebben wij bij de modules vaak gezegd dat het op tijd aftekenen hiervan bij de docent een eigen verantwoording is.

Voorbeeld 2: Beroepsproduct “De krachtige leeromgeving”
Als schoolopdracht hebben we een opdracht moeten maken over de krachtige leeromgeving. Hiervoor heb ik omschreven hoe ik een krachtige leeromgeving voor mij zie en hoe ik het onderwijs maar voornamelijk ook het toetsen het liefste zou zien/doen. Ook heb ik hiervoor interviews afgenomen met andere docenten op school zodat ik meer input had over wat zij belangrijk vonden in een krachtige leeromgeving.
Link: Klik hier voor mijn opdracht over de krachtige leeromgeving.

Voorbeeld 3: Het beste uit de student halen
De studenten probeer ik uit te dagen om het beste uit hunzelf te halen. Wanneer zij klaar waren met opdrachten kon ik ze vaak nog tips geven waardoor zij het nog konden perfectioneren. Ook heb ik voor de student die hier behoefte in heeft vaak een verdiepingsopdracht klaarliggen waarmee deze verder kan gaan in de lesstof. Een voorbeeld hiervan is de verdiepingsopdracht die ik in de HTML/CSS lessen had zitten. Deze is aan bod geweest in het beroepsopdracht over het construeren van een toets. Hierover kan gelezen worden op pagina 25 en 46 van het document “toets construeren”.
Link: Klik hier voor mijn opdracht over het construeren van een toets.

Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: WordPress les
Ik heb les gegeven aan mijn eigen klas en twee docenten over hoe je met wordpress een portfolio site maakt. Ik heb ze een wordpress-account aan laten maken en de volgende dag uitleg gegeven over hoe je een bericht post, een pagina aanmaakt, het verschil tussen een pagina en posts, hoe je een afbeelding toevoegt aan je wordpress en nog vele andere dingen. Nadat ik de uitleg heb gedaan heb ik de klas zelf laten stoeien met wordpress. Om ze op weg te helpen heb ik ook een handleiding geschreven waarin ze nogmaals konden lezen wat ik tijdens de uitleg verteld had. Ook heb ik geholpen bij vragen en wanneer er geen vragen waren heb ik gekeken hoe het ging en gevraagd of het allemaal lukte.
Ook heb ik na mijn les nog geëvalueerd met leerlingen uit de klas. Ik heb gevraagd wat zij van de les vonden, wat zij ervan opgestoken hadden, of de uitleg duidelijk was en waarom ik bepaalde keuzes gemaakt had voor de les. Hierop werd veelal positief gereageerd. Ook is het handig om in deze tijd zoiets te kunnen maken.
Link: http://www.ireem.nl/educatie/lessen-2/wordpress-les/

Voorbeeld 2: HTML en CSS les
Door mijn HTML en CSS opdracht heb ik ook meerdere onderdelen van deze competentie aangetoond. Zo laat ik de leerlingen inzien dat een portfolio belangrijk is om jezelf te onderscheiden van de andere met dezelfde opleiding. Dit is erg belangrijk om later aan een stage of baan te komen. Mensen die verder zijn in het programmeren kunnen ook complexere dingen maken. Ook heeft de opdracht raakvlakken met verwante vakken. Zo heb je namelijk buiten het HTML5 en CSS wat ik geef ook te maken met zaken als vormgeven, positionering, fonts en gebruiksvriendelijkheid.
Link: Naar de HTML / CSS lesopdracht

Voorbeeld 3: Balsamiq les
Ik toon dat ik boven de stof sta omdat ik mensen die geen ervaring hebben met een programma het gehele programma uit kan leggen. Ik weet waar welke functionaliteit staat en wat het doet en hoe je verdere instellingen kunt doen. Wanneer er vragen zijn kan ik deze ook beantwoorden en weet ik hoe ik dit duidelijk uitleg.
Link: naar verslag van de les


Hoe nu verder

In de toekomst wil ik blijven proberen de studenten zoveel mogelijk uit zichzelf te laten halen. Daarom zal ik zorgen dat ik een verdiepingsopdracht heb voor de studenten en probeer ik studenten te motiveren en te tripleren om een zo goed mogelijk resultaat neer te zetten. Daarbij vind ik het erg belangrijk dat de student in staat is zelfstandig te werken en zijn/haar verantwoordelijkheid te nemen. Ik denk dat dit ook iets wat in het bedrijfsleven van je verwacht wordt. Een onderzoekende houding en creatief, oplossend denkvermogen. Dit is dan ook iets waarin ik de studenten altijd bij wil staan. Ik wil de lessen die ik geef zo goed mogelijk aan laten sluiten bij de belevingswereld van de studenten omdat zij dan veel gemakkelijker het nut ergens van in zien en het ook interessanter vinden.

2. Pedagogisch competent

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet de leerlingen/ deelnemers helpen een zelfstandig en verantwoordelijk persoon te worden die onder andere een goed beeld heeft van zijn ambities en mogelijkheden.

Een leraar voortgezet onderwijs en bve die pedagogisch competent is, biedt de leerlingen/deelnemers in een veilige leer- en werkomgeving houvast en structuur bij de keuzes die zij moeten maken en hij bevordert dat zij zich verder kunnen ontwikkelen. Zo’n leraar zorgt ervoor:
– Dat de leerlingen/deelnemers weten dat ze erbij horen, 
welkom zijn en gewaardeerd worden;
– Op een respectvolle manier met elkaar omgaan en 
uitgedaagd worden om verantwoordelijkheid voor elkaar 
te nemen;
– Initiatieven kunnen nemen en zelfstandig kunnen werken;
– Hun affiniteiten en ambities leren ontdekken en op basis 
hiervan keuzes kunnen maken met betrekking tot hun studie en loopbaan.

De leraar-in-opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep (lastige) leerlingen, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen.
Verder heeft hij een goed beeld van individuele leerlingen, signaleert eventuele ontwikkelings- en/of gedragsproblemen en diagnosticeert deze met hulp. Hij begeleidt deze leerlingen en evalueert de gekozen aanpak (met coaching).
Hij verantwoordt zijn pedagogische opvattingen en de gekozen aanpak.


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Sterke punten
Mijn sterke punten binnen deze competenties zijn dat ik erop toezie dat iedereen met respect met elkaar omgaat. Ook verschillen tussen leerlingen probeer ik te zien en probeer ik ieder in zijn behoefte te voldoen. Door eigen inbreng van leerlingen te stimuleren en deze in de lessen te verwerken probeer ik leerlingen zelf mee te laten denken over hun eigen leerproces.

Zwakke punten
Ik denk dat ik bij deze competentie niet echt een punt heb wat ik niet beheers. Natuurlijk ga ik binnen de punten in deze competentie wel nog meer groeien wanneer ik meer les geef de komende jaren.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1: Uitproberen van verschillende opstellingen in de klas om te kijken wanneer er het beste gewerkt wordt afhankelijk van de lesdoelstelling.
Leerdoel 2: Zorgen dat er op een respectvolle manier met elkaar omgegaan wordt in de klas.


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoel die hieruit kwam is:
C2.5 – De student daagt leerlingen uit om mee te denken over hun eigen ontwikkelings- en leerprocessen.

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
* 2.5 – Ik heb de studenten tijdens de module HTML/CSS hun website laten presenteren aan elkaar. Ze moesten wat vertellen over hun website over hun hobby, over gemaakte keuzes hierbij maar ook over wat zij geleerd hadden, wat zij volgende keer anders zouden doen etc.

Bewijsmateriaal Nu:
Voorbeeld 1: TomTom
Een voorbeeld binnen het zorgen voor een respectvolle omgeving is dat een jongen Tomtom heette. Iedere les moet hij dus weer aanhoren wanneer de naam opgenoemd wordt “navigatiesysteem”! Ik kan me voorstellen dat dit voor de klas niet duidelijk is dat dit eigenlijk niet zo respectvol is maar de jongen hoort dit erg vaak en dit is niet zo respectvol. Ik heb dit meteen de kop in gedrukt door te zeggen dat ik dit niet meer wil horen.
Link: *Zie gebeurtenis in blog

Voorbeeld 2:
Om de studenten meer bewust te maken van en uit te dagen in het meedenken over hun eigen leer- en ontwikkelingsproces heb ik de studenten in de les HTML/CSS hun website aan elkaar laten presenteren. Hier moesten zij ook vertellen over gemaakte keuzen, wat zij geleerd hadden en wat zij volgende keer anders zouden doen. Ook heb ik bij de module Leonardo de studenten met het groepje samen een blog/vlog laten maken. Hiermee kunnen zij aan het einde van de periode ook zien welk proces zij doorlopen hebben en hier nog eens op terug kijken. Grappig was dat ik dit ook van studenten terug gekoppeld kregen dat ze het handig vonden om uiteindelijk nog terug te kunnen kijken in hun proces.
Link: *Zie gebeurtenis in blog

Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: HTML/CSS lessen
Als voorbeeld op het onderwerp ambities ontdekken heb ik dit geprobeerd door te voeren in de HTML en CSS lessen die ik geef. De leerlingen mogen zelf bepalen wat zij van hun eigen portfolio website gaan maken. Wanneer een leerling ontdekt dat het programmeren van een website niets voor hen is dan volstaat een simpele portfolio website en kan hij/zij hiermee het vak afronden. Wanneer een leerling het wel heel erg leuk vindt dan kan deze ook verder gaan met het uitdiepen van hun pagina en extra uitvinden en vragen betreffende de mogelijkheden voor hun portfolio website.
Link: naar verslag van les

Voorbeeld 2: HTML/CSS lessen
Als voorbeeld op het onderwerp eigen inbreng heb ik dit geprobeerd door te voeren in de HTML en CSS lessen die ik geef. De leerlingen mogen hun vragen stellen en aangeven waaraan zij behoefte hebben. Deze vragen en onderwerpen verwerk ik dan in de volgende les. Hierdoor probeer ik te voldoen aan de behoefte van de ambities en eigen inbreng van de leerlingen.
Link: naar verslag van de les


Hoe nu verder

Ik denk dat dit een competentie is welke ik redelijk goed beheers. Dit blijkt ook uit mijn eindbeoordeling. Ik heb op alle onderdelen van het beoordelingsformulier hier een goed gescoord. En dus uiteindelijk ook een goed als eindbeoordeling voor deze competentie. Ik vind het belangrijk om altijd te proberen voor de student een veilig klimaat in de klas te realiseren. Niets is vervelender als dat er gepest zou worden o.i.d. Daarom zal ik altijd mijn best doen om dit tegen te gaan.

1. Interpersoonlijk competent

De leraar voortgezet onderwijs en bve moet ervoor zorgen dat er in de groepen waarmee hij werkt, een prettig leef- en werkklimaat heerst.

Een leraar die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding. Zo’n leraar schept een vriendelijke en coöperatieve sfeer en brengt een open communicatie tot stand.

Zo’n leraar bevordert de zelfstandigheid van de leerlingen/deelnemers en zoekt in zijn interactie met leerlingen/deelnemers een goede balans tussen:
– Leiden en begeleiden
– Sturen en volgen
– Confronteren en verzoenen
– Corrigeren en stimuleren

De leraar in opleiding stimuleert, ook in ietwat lastige groepen, leerlingen tot gewenst gedrag en spreekt hen zowel individueel als groepsgewijs aan op hun gedrag zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat. Hij beheerst diverse professionele gespreksvaardigheden en past deze zelfstandig toe.


Waar ik stond

Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.

SWOT
Sterke punten
Mijn sterke punten binnen deze competentie is dat ik goed mijn volume, tempo en lichaamshouding kan inzetten. Hiermee kan ik leerlingen bij de les houden en motiveren. Ook vat ik samen om zeker te weten dat ik de leerling begrepen heb. Ook vraag ik door wanneer ik denk dat de leerling het antwoord wel weet maar nog niet helemaal het goede antwoord gegeven heeft. En ik onderhoud contact met de leerlingen binnen de school context. Zo heb ik bijvoorbeeld al een leerling gehad die voor studieadvies naar mij toe kwam.

Zwakke punten
Ik vind het nog wat lastig soms om te zeggen wanneer leerlingen ongewenst gedrag vertonen. Bijvoorbeeld wanneer een leerling met andere dingen bezig is en ik deze al een keer aangesproken heb en hij/zij dan nog steeds met andere dingen bezig is.

Dit zwakke punt is hierdoor ook mijn leer-/verbeter punt waarin ik natuurlijk ga groeien als ik meer les geef in de komende jaren.

Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1-1: Aanspreken van leerlingen op negatief gedrag.
Leerdoel 2-1: Regels van de school leren kennen met betrekking tot leerling verwijderen of niet maken van huiswerk zodat ik deze regels van de school kan hanteren.


Wat ik heb gedaan/geleerd

Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C1.5 – De student gaat professionele, persoonlijke relaties aan met leerlingen.
C1.7 – De student corrigeert ongewenst gedrag en waardeert gewenst gedrag.

Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
* 1.5 – Ik probeer meer een praatje met de studenten te maken. Zo vraag ik als studenten vroeg zijn hoe het weekend was of als het later in de week is gewoon hoe het gaat of wat de plannen zijn voor het volgende weekend. De meeste studenten vertellen wel over wat ze gaan doen.

*1.7 – Ik merk dat ik dit nog wel lastig vind maar dat ik het wel steeds vaker zeg. Ook zeg ik het als de klas goed gewerkt heeft of als iemand goed bezig is probeer ik dit ook te uiten. Zo’n situatie is toevallig ook opgenomen toen ik mijn les aan het filmen was. Hieronder de situatie.

Student te laat, oordopjes in from Ireem van Leersum on Vimeo.

Het wachtwoord om het filmpje te kunnen bekijken is: LeraarTechnischBeroepsonderwijs

Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: Corrigeren van negatief gedrag en waarderen van gewenst gedrag
Zoals hierboven te zien in het filmpje ben ik bezig met het corrigeren van ongewenst gedrag. Ook ben ik bezig met positief gedrag te benoemen. Een voorbeeld hiervan is: Donderdag 9 juni heb ik de studenten een compliment gemaakt over hoe hard zij gewerkt hadden. De studenten waren eigenlijk allemaal klaar met de opdrachten voor vandaag en daarna ook nog verder gegaan met verdere onderzoek. Daarom heb ik ze 5 minuten voor het einde van de les al hun spullen laten inpakken en lekker richting de pauze gestuurd.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 38.

Voorbeeld 2: Corrigeren van negatief gedrag en waarderen van gewenst gedrag
Tijdens mijn lessen communiceer ik goed en spreek duidelijk. Dit kreeg ik van zowel Monique als Yvonne als Sandra te horen toen zij mijn lessen bezochten. Dit is ook terug te zien in het eindbeoordelingformulier die ingevuld is om mijn stage te beoordelen.
Link: Klik hier voor de pagina met het beoordelingsformulier.

Voorbeeld 3: Stiekem van groepje verwisseld
Tijdens de 3e les van de Leonardo module ben ik erachter gekomen dat er twee studenten zijn die niet in het juiste groepje zaten. Ik heb hier even contact met Monique over gehad en nu bleek dat de student toestemming had gevraagd per mail aan haar maar deze niet gekregen te hebben. Ik heb de student apart genomen en deze gewezen op zijn gedrag. Het wordt niet getolereerd dat je zomaar in een ander groepje aansluit. In het bedrijfsleven kun je ook niet kiezen met wie je samenwerkt. Nu benadeeld hij met zijn actie zichzelf, degene die hij overgehaald over heeft om te ruilen en de rest van het groepje omdat zij weer met iemand anders erbij samen moeten werken.
Link: Klik hier voor het voorbeeld dat beschreven staan in het logboek van week 38.

Bewijsmateriaal (van mijn minor)
Voorbeeld 1: Miniles
Ik heb mijn miniles gegeven in de klas. Ik heb als feedback gekregen dat ik goed gebruik maak van mijn stem en dat ik een goed tempo hanteer wanneer ik aan het vertellen ben. Tijdens de vragen die ik stelde luisterde ik naar de antwoorden van mijn leerlingen. Ik vroeg door wanneer ik meer wilde horen en vatte samen om te begrijpen of ik heb begrepen wat de leerling zei. Ook heb ik tijdens de les veel verschillende leerlingen in de klas aangesproken en de beurt gegeven waardoor ik ze betrokken hield bij het onderwerp. Ook heb ik ingegrepen wanneer tijdens een discussie die opgang kwam een andere student zijn verhaal niet meer kon doen die wel zijn hand opstak.

Voorbeeld 2: 3e HTML / CSS les (stage)
Ik heb ook gekozen voor mijn 3e HTML en CSS les. Hier heb ik een opname van mij laten maken zodat ik deze ook terug kon kijken en deze voor mijzelf kon evalueren. Hierdoor kan ik zelf zien wat ik doe qua tempo en volume en dergelijke. Ook probeer ik de klas vragen te stellen en dingen terug te leggen zodat ik de klas hiermee stimuleer bij het onderwerp te blijven. Ook probeer ik wanneer er in de klas een opmerking gemaakt wordt deze in mijn les te verwerven waardoor de leerling het gevoel krijgt dat opmerkingen gewaardeerd worden. Hierdoor probeer ik een veilige leeromgeving te maken waarin iedereen zijn of haar zegje kan doen. Ook heb ik van mijn stagebegeleider positieve feedback gekregen over hoe ik voor de klas sta en hoe ik mijn les ingedeeld heb.

Voorbeeld 3: Balsamiq les (stage)
Als laatste voorbeeld heb ik gekozen voor de Balsamiq-les die ik bij een andere docent in de les heb overgenomen. Ik moest een programma uitleggen waarmee zij daarna aan de slag konden gaan. Van deze docent heb ik als feedback gekregen dat ik erg goed vertelde. Het was een logisch verhaal, was goed te volgen, goed tempo, goede volume. Ze was zeer tevreden. Een functie was ik vergeten maar daar stelde zij de vraag voor en die functie heb ik aan de hand van de vraag uitgelegd.
Link: naar verslag van de les


Hoe nu verder

Deze competentie beheers ik best goed. Het enige punt waarop ik zelf nog wil groeien is nog steeds het corrigeren van ongewenst gedrag en het benoemen van goed gedrag. Dit is denk ik een punt wat wel vervelend blijft om te doen maar wel gemakkelijker wordt als je meer uren voor de klas hebt gestaan. Je wordt namelijk steeds zekerder en je weet steeds gemakkelijker je grenzen te stellen. Ook denk ik dat het handig kan zijn om met andere collega’s te praten over hoe zij dit aanpakken en waar zij de grenzen stellen.