De leraar voortgezet onderwijs en bve moet zich voortdurend verder ontwikkelen en professionaliseren.
Een leraar die competent is in reflectie en ontwikkeling, denkt regelmatig na over zijn beroepsopvattingen en zijn professionele bekwaamheid. Zo’n leraar streeft ernaar zijn beroepsuitoefening bij de tijd te houden en te verbeteren.
Zo’n leraar:
– weet goed wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap
en van welke waarden, normen en onderwijskundige
opvattingen hij uitgaat;
– heeft een goed beeld van zijn eigen competenties, zijn
sterke en zwakke kanten;
– werkt op een planmatige manier aan zijn verdere
ontwikkeling;
– stemt zijn eigen ontwikkeling af op het beleid van zijn
school en benut de kansen die de school biedt om zich verder te ontwikkelen.
De leraar in opleiding onderzoekt zelfstandig en systematisch zijn werk en betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt sterke en zwakke punten en leervragen, beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daaraan heeft gewerkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De leraar in opleiding denkt mee over schoolrelevante thema’s. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het onderwijs.
De leraar in opleiding verwoordt zijn beroepsopvattingen en vanuit welke normen en waarden hij daar vorm aan geeft.
Waar ik stond
Om te kijken waar ik stond ben ik in het begin van het schooljaar begonnen met een SWOT-analyse te maken. Hierin heb ik mijn verbeterpunten en mijn sterke punten opgeschreven.
SWOT
Sterke punten
Deze competentie beheers ik goed. Ik ben eigenlijk al mijn hele leven bezig met het verbeteren van mezelf. Ik denk voor ik iets doe wat ik wil gaan doen en hoe ik dit kan gaan doen en wat het mogelijke effect is. Daarna kijk ik na de actie terug op wat ik heb gedaan. Hoe is het gegaan, wat zijn de resultaten, hoe kan het volgende keer beter? Hiervoor gebruik ik onder andere het feedback van andere. De feedback die ik krijg probeer ik vaak een keer uit om te zien of het wellicht iets is waar ik iets mee kan in mijn lessen. Door dit goed voor mezelf in kaart te brengen weet ik van mezelf goed waar mijn zwakkere punten liggen en weet ik dus goed waar ik me vooral mee bezig moet gaan houden om mezelf te verbeteren.
Zwakke punten
Doordat feedback zo’n eigenschap van mijzelf is ben ik eigenlijk van mening dat dit geen zwak punt van mij kan zijn. Ik weet goed wat ik moet doen om mezelf te kunnen verbeteren en wat ik hiervoor nodig heb.
Ik ga ervoor zorgen dat ik nu ook weer feedback krijg van meerdere partijen.
Leerdoelen begin van het schooljaar
*Klik op een leerdoel om naar het POP/PAP te gaan van het betreffende leerdoel*
Leerdoel 1-7: Leraren feedback vragen over mijn lessen
Leerdoel 2-7: Leerlingen feedback vragen over mijn lessen
Wat ik heb gedaan/geleerd
Leerdoelen na tussenbeoordeling
Na de tussenbeoordeling heb ik mijn leerdoelen aangepast. Ik ben mij meer gaan richten op punten die ik nog erg lastig vond en dingen die ik graag nog wilde gaan doen of leren. De nieuwe leerdoelen die hieruit kwamen zijn:
C7.2 – De student reflecteert systematisch op eigen gedrag en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
C7.3 – De student weet aan te geven op welke punten de eigen competentie(ontwikkeling) verbeterd kan worden.
C7.8 – De student staat open voor andere visies en ideeën en probeert die daadwerkelijk uit.
Afgelopen tijd ben ik op deze manier met de gestelde leerdoelen bezig geweest.
*C7.2 – Ik reflecteer wel vaak op hoe het gegaan is maar vergeet dit vaak te noteren. Wel heb ik een enquête gehouden tijdens de module onder de studenten. De 1e keer samen met Monique over de module en over de leraar (wat dus over 2 docenten ging). De 2e keer heb ik alleen een enquête gedaan over mij en over mijn lesgeven alleen.
*C7.3 – Ik weet van mezelf vaak wel goed te benoemen wat verbeterd mag worden. Dit was voor mij bijvoorbeeld het punt dat ik ongewenst gedrag corrigeer. Het is een moeilijk onderdeel maar ik begin wel te merken dat ik het gemakkelijker vind er iets van te zeggen. Zo ook wanneer een student vraagt of die eerder weg mag i.v.m. ‘wat voor reden dan ook’. Dit laat ik ook niet zomaar gebeuren. Ze moeten dan van mij of een mail sturen naar LOB-er dat ze dit hebben gevraagd o.i.d.
*C7.8 – Als ik tips krijg dan denk ik hier graag over na en als ik denk dat het bij me past en kan werken dan probeer ik het zeker uit. Maar eerlijk zal ik zeggen dat het wel bij me moet passen omdat ik anders denk dat het sowieso niet werkt omdat studenten dat door hebben.
Bewijsmateriaal van nu
Voorbeeld 1: Enquête over de module en enquête over mij
Tijdens de opleiding heb ik een keer samen met vakdocent Monique een enquête gehouden over de module en over ons. Later heb ik ook een enquête afgenomen over mij. In deze enquête konden studenten anoniem allerlei beoordelingen invullen over mij. Deze antwoorden heb ik geanalyseerd en weer verwerkt tot leerpunten waarmee ik verder kon.
Link: Klik hier voor de resultaten van de enquête over de gehele module.
Link: Klik hier voor de resultaten van de enquête over mij als docent.
Voorbeeld 2: Benutten van kansen voor ontwikkeling
Tijdens mijn stageperiode heb ik de kansen om te groeien en ontwikkelen zo veel mogelijk aangenomen. Zo heb ik gesolliciteerd als gastdocent i.p.v. meelopen als stage en dit ben ik geworden. Ik heb 3 van de 4 cursusavonden gevolgd om handvatten te krijgen voor het doceren en hiermee een certificaat behaald. Ook ben ik bezig geweest met leertheorieën en mijn ideeën van een krachtige leeromgeving.
Link: Klik hier voor de opdracht over een krachtige leeromgeving.
Link: Klik hier voor mijn informatie over leertheorieën
Voorbeeld 3: Actuele onderwijsontwikkelingen
Voor school zijn wij bezig geweest met een project over de 21e eeuwse vaardigheden. Dit onderwerp is een actueel onderwerp wat op veel scholen erg speelt. Hier hebben wij onderzoek gedaan naar wat het precies inhoud, wat bepaalde vakgroepen ervan vinden en denken en hoe het op scholen toegepast wordt en hoe docenten hierover denken.
Link: Klik hier voor het project over de 21e eeuwse vaardigheden.
Bewijsmateriaal (van de minor)
Voorbeeld 1: observeren van andere docenten
Tijdens mijn stage heb ik meerdere docenten geobserveerd. Ik heb hierbij gekeken hoe zij dingen vertelden, wat zij deden maar ook hoe de reactie van de leerlingen hierop was. Van dit kijken en observeren kun je een heleboel dingen leren. Wat je bijvoorbeeld wel en niet moet doen.
Link: Naar verslagen van stagedagen waarin ik docenten geobserveerd heb.
Voorbeeld 2: Feedback
Ik ben een persoon die heel erg veel feedback vraagt. Ik vind dit een belangrijk onderdeel waar je heel erg veel van kunt leren. Door feedback te krijgen en hiervan te bekijken wat je wel en niet meeneemt kun je het allerbeste uit jezelf halen. Door de feedback kun je voor jezelf verbeterpunten opstellen waarmee je in de komende tijd aan de slag kunt.
Link: leerdoelen
Hoe nu verder
Ik denk dat ik deze competentie ook goed aangetoond heb. Het reflecteren is een belangrijk onderdeel van je ontwikkeling. En als docent is het belangrijk om jezelf altijd te willen ontwikkelen. Hier wil ik in de toekomst ook bewust mee bezig blijven. Ook denk ik dat het belangrijk is om op de hoogte te zijn van de ontwikkelingen in het onderwijs. Hiervan wil ik dan ook op de hoogte blijven.